Huisvesting

Algemeen


Om ideeën op te doen omtrent roulrouls en de mogelijkheden voor huisvesting, is het verstandig voldoende tijd vrij te maken om te kijken bij ervaren fokkers. Deze bezoeken betalen zich later terug in een goede keuze van zowel dieren als hokken.
Voor het houden van ROUL-ROULS zijn er twee mogelijkheden:
  • in volières, vaak samen met andere vogels, meestal tropische vogels of kleine duiven
  • en kweekkooien

    Kweekkooien


    Roulrouls zijn prima te houden in kweekkooien, mits ze een deel van het jaar buiten door kunnen
    brengen. Dit is belangrijk voor de conditie en het verenpak. Bij mij zitten de roulrouls
    `s winters in broedkooien om vervolgens het voorjaar en zomer door te brengen in de voliere.
    Om een indruk te geven hoe de roulrouls s`winters bij mij gehuisvest zitten volgen hieronder een aantal fotos.

    Mijn kweekruimte






























    Mijn geisoleerde en betegelde kweekruimte, huisvesting in kunststof broedkooien die voorzien zijn van automatisch watersysteem, lichtcomputer en verwarming. In de zomer zitten alle roulrouls in de voliere

    Mijn 1e kweekstelling in de schuur
































    Mijn 2e kweekstelling in de schuur
































    Mijn 2e kweekstelling in de schuur






























    Volières

    De meest natuurlijke manier om een koppel ROUL-ROULS te huisvesten is gebruik te maken van volières, waarbij de maten van twee bij twee bij één meter vaak gehanteerd worden. In grotere volières worden vaak meerdere koppels gehouden en worden deze dieren vaak samen gehouden met andere fruiteters, duiven, kleine tropen etc. ROUL ROULS zijn namelijk erg vreedzaam waardoor zij met veel verschillende soorten gehouden kunnen worden. Zitstokken in de volière zijn raadzaam omdat ROULROULS graag op stok overnachten.

    Nieuwe alluminium voliere






























    Voliere - Bij mij zitten ROULROULS deels in kweekstellingen en deels in de voliere, deze voliere is gemaakt van onderhoudsvrij aluminium

    Tuinvoliere






























    Een wat oudere houten voliere

    Het binnenhok van de volière
    Het (binnen)hok kan op vele manieren worden gemaakt.
    Hieronder worden op basis van praktijkervaringen enkele nuttige richtlijnen gegeven:

  • hout is prima materiaal en gemakkelijker te verwerken dan stenen
  • denk aan de grootte van het hok. Maakt het hok echter niet te klein zodat je er gewoon in kunt staan, dat vergroot het plezier.
  • de hokken hebben voor optimale lichtinval bij voorkeur ramen
  • het fokken van jonge dieren vraagt meerdere hokken die nodig zijn om de jonge dieren te kunnen onderbrengen.
  • omdat de ROUL ROUL slecht bestand is tegen strenge vorst en omdat het water vorstvrij gehouden dient te worden is het verstandig het hok te isoleren. Er zijn verschillende materialen op de markt, maar sandwichpanelen zijn vaak goed isolerend en tevens goed schoon te houden.
  • bij open-fronthokken (dit zijn hokken met één open zijde die is afgedicht met gaas) moet worden voorkomen dat er regen naar binnen slaat
  • ROULROULS zijn niet bestand tegen tocht maar het hok dienst wel voldoende geventileerd te worden.
  • `s Winters is het vroeg donker en het kan behoorlijk vriezen. Om deze redenen is het verstandig electiciteit aan te leggen zodat verlichting aangebracht kan worden. Daarnaast bied dit de mogelijkheid om de verblijf bij te verwarmen indien nodig.

    Grootte van het hok De grootte van het hok of de hokken is afhankelijk van de beschikbare ruimte, de financiële middelen, de gemeentelijke richtlijnen, het aantal te houden dieren en de keuze om al dan niet jonge dieren te gaan fokken.

    Ventilatie in het binnenhok
    Het volgende gedeelte over ventilatie heb ik overgenomen uit een bron, schrijver Van Kooten.
    Veel mensen, zo blijkt uit onderzoek, uitten gezondheidsklachten die te maken hebben met het binnenklimaat van een gebouw of vertrek. De gezondheidsklachten die dan worden geuit zijn ondermeer hoofdpijn, tranende/prikkende ogen, neusverstoppingen, slaperigheid, duf gevoel e.d. Vaak ook geven de mensen aan dat ze zich niet fit voelen. Vaak blijkt dan uit een vervolgonderzoek dat er binnen het betreffende gebouw of vertrek, sprake is van onvoldoende ventilatie (=luchtverversing) in relatie tot het aantal mensen wat binnen het gebouw of vertrek werkt. Een andere veel voorkomende oorzaak is een verkeerde plaatsing van de in- en afvoeropeningen ten opzichte van elkaar.
    Nu zult u zeggen wat heeft dit nu te maken met het houden van vogels? Dat zal ik u proberen duidelijk te maken. In tegenstelling tot mensen kunnen onze vogels niet klagen over het binnenklimaat van hun verblijf. Uit eigen ervaring weet ik dat er heel wat vogelverblijven zijn, waarbij het maar matig gesteld is met de ventilatie, terwijl we toch weten dat een goede ventilatie met name voor het uitkomen van eitjes erg belangrijk kan zijn.
    Vooral ook aan het eind van de kweek wanneer de meeste hokken vol zitten, zal een slechte ventilatie zich uitten in de vorm van stank, veel stof en in het ergste geval ziekte en sterfte onder de vogels. Feitelijk is dit niet anders dan bij grote mensenmassa's (o.a vluchtelingen kampen) waar we over het algemeen ook snel ziektes kunnen uitbreken.
    Onvoldoende of slechte ventilatie heeft in bijna alle gevallen te maken met onvoldoende kennis over dit onderwerp. Mijn bedoeling is dan ook om u, d.m.v. dit artikel, wat meer inzicht te geven in deze materie. Het feit dat mensen zich onder dergelijke omstandigheden ziek gaan voelen doet immers vermoeden dat dit bij de vogels niet veel anders zal zijn. Door een langdurig verblijf van veel vogels in een beperkte ruimte en door de ontwikkeling van hoge stofconcentraties, die hiermee gepaard zullen gaan, wordt de lucht ongeschikt voor inademing. Iedere kweker weet uit eigen ondervinding hoeveel stof door zijn of haar vogels wordt geproduceerd!! Bepaalde mijten en bacteriën, die van dit stof leven en in elk vogelverblijf aanwezig zijn, produceren op hun beurt ook weer (schadelijke) stoffen. In dit kader geldt, hoe meer stof des te meer mijten en bacteriën en dus weer meer stof. Ingeval van een goede ventilatie zal een groot deel van de verontreinigingen met de afgevoerde lucht worden verwijderd. Dit in tegenstelling tot een slechte ventilatie, waar de verontreinigingen zich juist zullen ophopen. Wanneer "de liefhebber" het dan ook nog niet te nauw neemt met het regelmatig schoonmaken van het vogelverblijf dan laten de gevolgen zich raden. De invloed van een onvoldoende of slechte ventilatie in het vogelverblijf zou zich ondermeer kunnen uitten in:

  • beslagen ramen
  • hoge vochtigheid in relatie tot de luchtvochtigheid van de buitenlucht
  • stank (in het vogelverblijf)
  • lusteloosheid onder de vogels
  • veel slapen van de vogels
  • slechte kweekresultaten
  • ziekte

    Hoe kunnen we naast een regelmatige en goede schoonmaak van het vogelverblijf een goede ventilatie bewerkstelligen?
    Dit kan op twee manieren, te weten door:

  • natuurlijke ventilatie
  • kunstmatige ventilatie

    Natuurlijke ventilatie
    De meest voorkomende ventilatie die in vogelverblijven zal voorkomen is de natuurlijke ventilatie. De natuur zorgt in z'n algemeenheid voor een behoorlijke ventilatie, zelfs in gesloten ruimten. Een natuurlijke ventilatie kan dus voldoen, indien hieraan geen bijzondere hoge eisen gesteld worden. Door het openen van ramen en deuren, langs spleten en kieren, alsmede door de poriën van wanden heeft er steeds een zekere luchtverversing plaats. Voor het gemiddelde vogelverblijf, waarbij ik uit ga van een vierkant verblijf met ramen in één wand en een deur, zal het aantal luchtwisselingen per uur door natuurlijke ventilatie ca. 1 - 1,5 zijn. Daar ik van mening ben dat we best wat hoge eisen mogen stellen aan de ventilatie van ons vogelverblijf zal dit, zeker ingeval het vogelverblijf flink bevolkt is, algauw onvoldoende zijn. Vooral ook de kwekers, die in de winter kweken en dus de temperatuur in het vogelverblijf zo constant mogelijk willen houden, zullen ramen en deuren in het vogelverblijf zoveel mogelijk gesloten houden waardoor een voldoende ventilatie in het gedrang zal komen. Door een doelmatige plaatsing van af- en toevoeropeningen kunnen we de natuurlijke ventilatie echter gunstig beïnvloeden. Immers door het temperatuursverschil tussen de lucht in het vogelverblijf en de buitenlucht, ontstaat er een drukverschil tussen binnen- en buitenlucht. In het gesloten vogelverblijf stelt zich een zogenaamde neutrale zone in, die ongeveer gelegen is op halve hoogte van het lokaal en waar de druk gelijk is aan de druk van de buitenlucht. M.a.w. hier zijn binnen- en buitenlucht in evenwicht. Boven de neutrale zone, dus tegen het plafond van het gesloten vogelverblijf, is de druk van de zich daar bevindende warmere lucht groter dan buiten. Daardoor zal de lucht in het vogelverblijf op een natuurlijke wijze een uitweg zoeken bovenaan in het vogelverblijf en de verse lucht zal langs openingen en reten onder in het verblijf proberen binnen te dringen. Dit verschijnsel kunt u duidelijk waarnemen door een kaarsvlam aan de boven- en onderzijde van de deuropening te houden in een verwarmd (vogel)verblijf.
    Bij temperatuurverschil tussen binnen- en buitenlucht is er dus sprake van drukverschil onder en boven in het vogelverblijf. Dit drukverschil wordt in sterke mate vergroot door de bijna altijd aanwezige stuwkracht van de wind. Hier geldt dan ook, hoe meer wind des te beter de natuurlijke ventilatie. Om tot een doelmatige ventilatie te komen in ons vogelverblijf, kunnen we nu uit bovenstaande, de volgende gevolgtrekkingen halen.
    Een geopend raam ter hoogte van de neutrale zone oefent weinig of geen invloed uit op de luchtverplaatsing.Worden er echter (raam)openingen boven in het vogelverblijf geplaatst dan vormt zich de neutrale zone ter hoogte van deze (raam)openingen, zodat beneden in het verblijf een onderdruk gaat heersen wat het toestromen van verse lucht zal bevorderen. Het beste is dus de ontluchtingsopeningen (afvoer van verontreinigde lucht) zo hoog mogelijk aan te brengen, terwijl tegen de vloer van het vogelverblijf toevoeropeningen aangebracht dienen te worden. Deze toevoeropeningen dienen bij voorkeur achter de verwarmingsinstallatie geplaatst te worden, zodat de koude toegevoerde lucht reeds min of meer verwarmd het vogelverblijf binnenstroomt.

    Kunstmatige ventilatie
    De natuurlijke ventilatie, zo heeft u kunnen lezen, is afhankelijk van de heersende weersomstandigheden. Immers hoe meer stuwkracht van de wind des te beter de natuurlijke ventilatie. Bij bepaalde weersomstandigheden zoals bijvoorbeeld mist en windstilte zal de lucht in het vogelverblijf veel minder vaak worden ververst dan wanneer we te maken hebben met de stuwkracht van de wind. Ook in (inpandige) vogelverblijven, die geen verbinding hebben met buiten (geen buitenmuren), zal de lucht in het vogelverblijf dus (veel) minder vaak worden ververst. Ter verduidelijking het volgende. Bij windkracht 1,8 tot 2,5 m/s is de stuwkracht 2 tot 3,9 Pa en 18,6 tot 33,4 Pa bij 5,5 tot 7 m/s.
    Een goed werkende, kunstmatige, algemene ventilatie is echter onafhankelijk van de weersomstandigheden.Indien u twijfelt of de natuurlijke ventilatie van uw vogelverblijf wel voldoende is of wanneer de weersomstandigheden er regelmatig voor zorgen dat de natuurlijke ventilatie ontoereikend is, dan kunt u, uw vogelverblijf voorzien van kunstmatige ventilatie. Een teken van onvoldoende ventilatie is o.a. (altijd) beslagen, natte ramen (binnenzijde) in het vogelverblijf. Maar ook stank, ondanks een goede en regelmatige schoonmaak, kan duiden op een onvoldoende ventilatie.

    Kunstmatige ventilatie kan volgens drie principes verwezenlijkt worden:

  • De verontreinigde lucht wordt d.m.v. exhausters (=afzuigers) kunstmatig verwijderd terwijl de verse lucht ingevoerd wordt langs natuurlijke weg.
  • Verse lucht wordt kunstmatig ingeblazen door middel van ventilatoren terwijl de bedorven lucht langs natuurlijke weg verwijderd wordt.
  • Een gecombineerd stelsel van kunstmatig toevoeren van verse lucht (ventilatoren) en afvoeren van de verontreinigde lucht (exhausters).

    De doelmatige plaatsing van ventilatoren en exhausters speelt een zeer belangrijke rol, dit om verschillende redenen.

  • De luchtsnelheid moet beperkt blijven. In de toe- en afvoerleidingen kunnen snelheden voorkomen van 1 tot 2 m/s., wat tocht veroorzaakt!! Als vogelliefhebber weten we wat tocht voor onze vogels betekent!!! Er moet dus gezorgd worden voor een goede verdeling van de lucht zodat geen tocht kan optreden.
  • Het is noodzakelijk dat de toegevoerde lucht goed verspreid wordt evenals de afgevoerde lucht. Dit om de menging van verse lucht met de verontreinigde lucht zo optimaal mogelijk te houden.
  • Het is belangrijk de plaats van de toevoeropeningen goed te kiezen. Ze moeten worden aangebracht in de nabijheid waar de verontreiniging ontstaat. Tussen de toevoeropening en de bron(nen) van verontreiniging mogen zo weinig mogelijk hindernissen voorkomen.
    Zorg dus zoveel mogelijk voor open (gaas) rennen. Veel te vaak denkt men met het plaatsen van een exauster (afzuiger) het ventilatieprobleem te hebben opgelost. Indien geen rekening gehouden wordt met het toevoeren van de lucht, zullen gemakkelijk dode ruimten, werveling van de lucht en tocht (!!) ontstaan. Ook een eenvoudige vensterventilator is veelal niet doeltreffend. Ik zal u ook uitleggen waarom. Dezelfde luchthoeveelheid die door de ventilator aan het vogelverblijf onttrokken wordt, moet op een andere plaats toegevoerd worden. Indien er geen toevoeropeningen aanwezig zijn, zal de lucht door de deur- en vensterspleten toestromen. De onderdruk is in de onmiddellijke omgeving van de ventilator het groots. Wanneer nu de ventilator in een venster is geplaatst, wordt door de spleten van dit venster de buitenlucht aangezogen en terug naar buiten afgevoerd wat zeer oneconomisch en qua ventilatie zeer ondoeltreffend is.
    Als koude lucht boven in het vogelverblijf of niet- fijneverdeelde warme lucht onder in het vogelverblijf wordt toegevoerd, zal deze lucht zich niet gelijkmatig verdelen. Dit omdat de lucht in die gevallen de neiging heeft om zich in één straal naar onder, respectievelijk naar boven te verplaatsen. Zijn er talrijke bronnen van luchtverontreiniging, zoals in de meeste vogelverblijven het geval zal zijn, dan moeten we de inlaatopeningen doelmatig beneden in één wand van het vogelverblijf aanbrengen, terwijl de uitlaatopeningen boven in de tegenovergestelde wand worden geplaatst.
    Ongewilde 'kortsluitingen' moeten we vermijden. Een 'kortsluiting' kan ontstaan als de afstand tussen de wand waarin de exhauster is geplaatst en deze waarin de ventilatoropening is geplaatst, te klein is. Dit zal in de meeste vogelverblijven het geval zijn. Het gevolg hiervan is, dat frisse instromende lucht onmiddellijk door de exhauster wordt afgezogen, zonder dat de lucht de benedenruimte van het vogelverblijf voldoende heeft ververst.

    Samenvattend kunnen we dus het volgende zeggen:
    Bij de natuurlijke ventilatie kunnen we het beste de ontluchtingsopeningen (afvoer van verontreinigde lucht) zo hoog mogelijk aan brengen, terwijl tegen de vloer van het vogelverblijf toevoeropeningen aangebracht dienen te worden. Deze toevoeropeningen dienen bijvoorkeur achter de verwarmings- installatie geplaatst te worden, zodat de toegevoerde lucht reeds min of meer verwarmd het vogelverblijf binnenstroomt. Verdeel de ontluchtings- en toevoer- openingen gelijkelijk over de wand en voorzie ze van een rooster (ongedierte!). Zijn er talrijke bronnen van luchtverontreiniging, zoals in de meeste vogelverblijven het geval zal zijn, dan moeten we bij de kunstmatige ventilatie de inlaatopeningen doelmatig beneden in één wand van het vogelverblijf aanbrengen, terwijl de uitlaatopeningen boven in de tegenovergestelde wand wordengeplaatst. Verdeel de ontluchtings- en toevoeropeningen gelijkelijk over de wand en voorzie ze van een rooster (ongedierte!!)Ook hier geldt dat de toevoeropeningen bij voorkeur achter de verwarmingsinstallatie geplaatst worden.Tot zover het artikel over ventilatie in het vogelverblijf. Ik hoop dat u er uw voordeel mee kunt doen. Ik wens u verder veel verse lucht toe in het vogelverblijf en levendige en gezonde vogels.

    De ren
    Rennen kunnen op vele manieren worden gemaakt. Voor de rennen is het nodig om dubbeltjes of volièregaas te gebruiken, omdat jonge kwartels klein zijn.
    Voor de bovenkant van de rennen of volières wordt hetzelfde gaas of golfplaten gebruikt. Vaak wordt ruim 20 centimeter onder het bovengaas of de dakbedekking een tweede laag gaas gespannen. Voor deze tweede laag wordt zacht kunststofgaas gebruikt, dat in vele maten te koop is. Dit zachte gaas voorkomt dat omhoogvliegende kwartels hun kop beschadigen. Bij hoge volières (ruim twee meter) is een dubbele laag niet nodig.

    De voorkeur heeft het overkappen van de ren met doorzichtige golfplaten. Hiermee wordt voorkomen dat de mest van overvliegende vogels in de volière terecht komt en mogelijk ziekten worden overgebracht
    In de natuur gebruikt de ROUL ROUL graag schuilgelegenheden om zich te verbergen bij gevaar of als zij schrikken. In de hokken en volières moeten de dieren ook schuilgelegenheden ter beschikking hebben. Op deze manier wordt ook voorkomen dat de dieren bij schrikken veel opvliegen.
    De hennen kunnen ook al te opdringerige hanen ontlopen door te schuilen.
    Voldoende beschutting is ook noodzakelijk om de hennen aan het broeden te krijgen.
    Schuilgelegenheid maken is niet moeilijk. Schuingeplaatste stukken boombast, grote bloempotten met een gat in de zijkant, een stapeltje stenen met daaronder enige ruimte, stukken rietmatten, planten of grote pollen gras voldoen prima.
    Kortom, er zijn mogelijkheden genoeg.

    ROULROULS kunnen snel leren dat de verzorger er aan komt en zijn in de hokken dan ook niet zo schrikachtig, in tegendeel zelfs. ROUL-ROULS worden zelfs erg aanhankelijk. Gebruik direct vanaf de geboorte altijd eenzelfde fluittoon of een ander geluid zodat de dieren 'weten' dat er een bekende aan komt en er geen gevaar dreigt.

    ROUL ROULS hebben zowel in het hok als in de ren een droge bodem nodig omdat:

  • een natte ondergrond of nat strooisel de ROULROUL ziek maakt.
  • een droge ondergrond en strooisel grotendeels darmwormen, coccidiose en blackhead voorkomt (zie hoofdstuk: Ziekten en andere ongemakken)
  • een droge bodem de dieren de mogelijkheid geeft om zandbaden te nemen. Zij kunnen niet zonder zandbaden en doen dit vele malen per dag. Zo voorkomen zij zelf de uitbraak van luizen- en vlooienplagen (zie hoofdstuk: Ziekten en andere ongemakken).
    Schoon zand, hennepstrooisel, vlas en beukensnippers zijn prima materiaal voor binnen. Buiten kunt u beter zand of bosgrond gebruiken. Er is wel een maar voor zand: kuikens mogen tot een leeftijd van drie - vier weken nooit op zand lopen. Zij eten zand en worden ziek.
    Gebruik in deze eerste weken fijne houtkrullen. Zaagsel is ongeschikt omdat het teveel stuift.
    In plaats van zand als bodembedekking, kunnen ook aparte zandbakken in de hokken geplaatst worden. Neem dan een kist of doos van ongeveer 30 bij 30 bij 15 centimeter. Doe in deze kist een laag zand van ongeveer vijf centimeter. De dieren kunnen op deze manier ook voldoende zandbaden nemen.

    Roulroul haan in de voliere




















    Een koppel ROULROULS met kuiken in mijn volière met zowel begroeiing als droog zand op de bodem

    Om de grond in de volière droog te houden, is het verstandig om ten minste een deel ervan te overdekken (zie bij beschrijving van de ren hierboven). De dieren hebben dan altijd een stuk droge grond met zand.
    Het 'natte' gedeelte kan bedekt worden met graszoden en enkele lage struiken of planten.
    Als het 'natte' gedeelte bedekt is met zand, is het nodig de bovenste laag regelmatig te verversen. Hiermee wordt voorkomen dat de dieren last van darmwormen en andere darmparasieten krijgen (zie hoofdstuk: Ziekten en andere ongemakken).
    Het 'natte' van de ren kan ook belegd worden met gebroken boomschors.
    Boomschors kan gemakkelijk met water worden schoongespoten.

    Frankolijnen en patrijzen zijn monogaam en dit betekent dat in het broedseizoen één haan en één hen bij elkaar gehouden worden, dus per koppel. Wilt u meerdere dieren houden, dan is het nodig meerdere volières naast elkaar te bouwen.

    Jonge vogels kunnen lange tijd samen in een ruimte gehouden worden, maar voor ze volwassen zijn of worden en zeker voor het nieuwe broedseizoen moeten de seksen gescheiden worden.

    Volièrebeplanting

    Een gezelschapsvolière waarin verschillende planten zijn aangebracht zal er een stuk aantrekkelijker uitzien dan een kale volière. De vogels zullen de planten onder meer benutten als speelplaats, schuilplaats en nestplaats. Ook zullen ze in de planten de schaduw bij felle zonneschijn.

  •