Kweken met Roulrouls

Kweken met roul-rouls is een prachtige bezigheid, vooral als het om natuurbroed gaat. Het is een mooi gezicht als eerste beide ouders druk in de weer zijn met het bouwen van een nest. Vervolgens is het fantastisch te zien hoe beide ouders voor hun kroost zorgen. Met piepgeluidjes worden de jongen gelokt waarna ouders voer met hun snavel aangeven. Dit is uniek omdat de meeste hoenderachtigen direct zelfstandig kunnen eten.

Fokmateriaal

Een voorwaarde voor resultaat is dat je begint met goede en gezonde moederdieren die voldoen aan de eisen van het soort. Denk hier aan forse dieren en let erop dat de tenen en poten goed zijn. Koop daarom de moederdieren bij een goede fokker en verder is het ook verstandig om te beginnen met onverwante dieren. Koop bijvoorbeeld een goede haan bij één fokker en een hen bij een andere. Dit is nog geen garantie dat de vogels onverwant zijn. Want erg veel dieren zijn zo langzamerhand helaas verwant aan elkaar. Roul rouls worden altijd één op één gekoppeld. Dit betekent één haan en één hen bij elkaar, trios geven meestal geen goede resultaten omdat de haan ook helpt bij de verzorging van de kuikens. Het koppelen van roulrouls die vreemd zijn voor elkaar geeft heel soms problemen. Een oplossing kan zijn om de haan een paar dagen te laten wennen aan zijn territorium waarna vervolgens de hen erbij wordt geplaatst. Meestal is hij dan meteen de 'baas' en gaat het goed. Verloopt deze gewenning nog niet goed, dan is een andere oplossing om alle dieren die aan elkaar moeten wennen tegelijk in een nieuw verblijf te plaatsen. Een andere goede methode is om de dieren in hokken tegenover elkaar te plaatsen waarvan de tussenwanden van gaas zijn. Op deze manier kunnen ze elkaar zien, en horen en na ruim twee weken kunnen de dieren dan bij elkaar worden geplaatst.

Eileg

De hennen beginnen meestal in april te leggen. De dieren kunnen gestimuleerd worden om een nest te maken door nestmateriaal aan te bieden. Verder moeten de vogels voldoende beschutting hebben waar zij een nest kunnen bouwen. Roul-rouls maken meestal een eigen ingenieus nest. Zie de foto. Nest Roul rouls Het nest is koepelvormig en word door beide oudervogels uit twijgen, hooi stro, kokos en bladeren opgebouwd. Het is een grappig gezicht ze zo bezig te zien, aangezien ze de verzamelde nestmateriaal steeds over hun rug naar achter gooien in de richting van het te bouwen nest. De hennen kunnen ook gestimuleerd worden om zelf de eieren te gaan broeden. Laat hiervoor de eieren gewoon in het nest liggen. Roulrouls zullen om de dag een ei leggen en zullen ongeveer vijf à zes witte eieren leggen waarna de hen broeds wordt en op het nest blijft zitten. Jammer genoeg gaat dat voor deze vogels niet altijd op.

Natuurlijk broeden

Natuurbroed heeft een aantal voordelen:
* de hen zorgt altijd voor de juiste temperatuur van de eieren
* de hen keert de eieren op de juiste manier
* de luchtvochtigheid in het nest is meestal wel goed, al kunnen we daar wel enige invloed op uit oefenen door een paar keer met een bloemenspuit de eieren en het nest nat te maken
* beide ouders verzorgen de jonge kuikens uitstekend tot zij geen extra warmte meer nodig hebben
* er hoeft geen apparatuur aangeschaft te worden, de hen doet al het werk zelf.

Kleine krielkippen kunnen ook gebruikt worden voor het uitbroeden van eieren van roul-rouls.
Broeden met een broedse hen, hoe gaat dat?
Een broedse hen blijft op het nest zitten en komt per dag maar enkele keren kort van het nest om te eten, te drinken en zich te ontlasten. Laat de hen met rust en ga niet geregeld kijken. Zij weet zelf precies wat ze moet doen. De witte eieren worden in 18 à 19 dagen uitgebroed. Al die tijd blijft het haantje waakzaam in de buurt aanwezig. Juist omdat roul rouls een koepelvormig nest bouwen heeft het hennetje, in tegen stelling tot andere patrijzen die in een ondiep kuiltje broeden, geen schutkleur nodig. De Roulroul-kuikentjes zijn nestvlieders en dat betekent dat zij al enkele uren na het uitkomen het nest verlaten. Nadat ze uit het ei gekropen zijn blijven ze nog een paar uur onder hun moeder zitten om op te drogen, maar daarna trekken ze met beide ouders er op uit: op zoek naar voedsel. De eerste weken gaan ze nog samen met hun moeder terug naar het nest om te slapen, zodra ze echter kunnen vliegen gaan ze met hun ouders mee "op stok". Op dit moment begint de opfok van de kuikens. (zie opfok van kuikens bij natuurbroed)

Kunstmatig broeden

Bij kunstmatig broeden wordt een broedmachine gebruikt voor het uitbroeden van de eieren. Broedeieren kunnen het beste acht tot tien dagen bewaard worden zonder dat de kwaliteit verslechterd. Elke dag worden de eieren minimaal tweemaal gekeerd. Worden de eieren niet gekeerd, dan is de kans groot dat de dooier met daarop het embryo vastplakt aan de eischaalvliezen en als dit gebeurt zal het ei snel ongeschikt zijn als broedei. Broedeieren kunnen liggend en staand bewaard worden. De ene fokker zweert bij staand bewaren, de ander bij liggend bewaren, het is om het even. Liggend bewaren kan in droog zand of houtkrullen en de eieren worden zoals gezegd minimaal twee maal per dag 180 graden gekeerd. Staand bewaren kan goed onder een hoek van ongeveer 45 graden, en de eieren staan dan met de spitse punt naar beneden. Door de eihouder steeds te kantelen keren de eieren ruim 90 graden. Het figuur laat zien hoe dit werkt. Kunstmatig broeden is echter minder natuurlijk.

 Keren van broedeieren tijdens het bewaren















Er zijn een aantal nadelen bij kunstmatig broeden:
* goede broedmachines zijn duur; van € 350 tot ver over €2500,
* behalve een broedmachine is er ook een kunstmoeder met een betrouwbare verwarming nodig,
* de methode is minder natuurlijk.
Het is allereers belangrijk om de handleiding van de broedmachine goed door te lezen omdat het is best mogelijk dat het eerste broedsel in de machine niet vlekkeloos verloopt. Dit is niet vreemd, maar een kwestie van gewenning. Als u nog nooit machinaal eieren heeft bebroed zou het een optie zijn om eerst een proef met kippeneieren te doen voordat u de kostbare eieren van roul-rouls inlegt. Plaats de broedmachine bij voorkeur in een ruimte waar een constante temperatuur heerst en voorkom tochtvorming. Het is ook raadzaam om de machine eerst een paar dagen zonder eieren te laten draaien, zo kunt u de temperatuur en luchtvochtigheid goed instellen. Draait de machine een paar dagen zoals het hoort dan worden de eieren ingelegd. Wanneer de eieren handmatig gekeerd worden zal er een kleine temperatuurschommeling plaatvinden, dit is over het algemeen niet nadelig voor de eieren. Broedse hennen verlaten tenslotte ook wel eens het nest deze eieren koelen in de natuur vaak nog meer af. Tijdens het broedproces moet het ei 12 - 13% van haar gewicht verliezen. Verdamping van water uit het ei zorgt voor het meeste gewichtsverlies. Teveel, maar ook te weinig verdamping is schadelijk voor het embryo en kan leiden tot afsterven van het embryo. Het is dus belangrijk de waterverdamping in de eieren te beheersen door middel van het vochtgehalte in de broedmachine. De waterverdamping uit de eieren kan ook gecontroleerd worden. Roul rouleieren kunnen met een schouwlamp belicht worden om de vochtverdamping te controleren. De verdamping kan ook gecontroleerd worden door het gewichtsverlies van de eieren te meten. Voorbeeld van een berekening: er worden 10 eieren voor de inleg in de broedmachine gewogen. Deze eieren hebben een broedduur van 19 dagen. Zij wegen samen 100 gram. Op dag 19 moeten de eieren dus 13% minder wegen. De eieren wegen dan samen 87 gram. Maak nu een grafiek met op de horizontale as 19 punten die de 19 dagen van het broedproces voorstellen. Op de verticale as komen 6 punten, te beginnen met 75 gram, het volgende punt 80 gram tot het zesde punt dat 100 gram weergeeft. Dag 0 (inlegmoment) en het punt voor 75 gram vallen samen in het kruispunt van de beide assen van de grafiek. Trek nu een rechte lijn van het punt 100 gram op de verticale as naar het punt op de horizontale as dat dag 19 aangeeft. Een paar keer tijdens het broedproces, bijvoorbeeld op dag 5, dag 11 en dag 16, worden de 10 eieren gewogen en het gewicht in de grafiek uitgezet. Het gewicht van de 10 eieren moet dicht in de buurt van de rechte lijn (die de ideale situatie voorstelt) liggen. Is dit niet zo, dan moet het vochtgehalte in de broedmachine worden bijgesteld. Zijn de eieren te licht, houdt dan enkele dagen het vochtgehalte wat hoger. Zijn de eieren nog te zwaar, verlaag dan enkele dagen het vochtgehalte. Het keren van de eieren wordt ongeveer 2 dagen voor de eieren uitkomen gestopt. Keren is dan niet meer nodig noch zinvol, omdat de kuikens al helemaal zijn gevormd. Twee dagen voor het uitkomen worden de eieren in de uitkomstlade onderin de broedmachine gelegd.

Opfokken van de kuikens in een kunstmoeder

De kuikens zijn uit de broedmachine gehaald en in de kunstmoeder /couveuse geplaatst. Voedsel hebben de kuikens de eerste 24 uur na het uitkomen niet nodig, water geven echter wel. Als kunstmoeder zijn verschillende opties mogelijk zo is bijvoorbeeld een oude aquariumbak waarvan het glas aan de voorzijde is vervangen door fijn gaas goed te gebruiken. Je zou ook een kist van hout kunnen maken. Het is belangrijk dat naast warmte ook voldoende ventilatie aanwezig is. Als verwarming is een infrarode warmtelamp of warmteplaten geschikt die in het begin op ongeveer 10 centimeter hoogte van de bodem hangt. De kunstmoeder wordt wel een uur voordat de kuikens erin gaan opgewarmd. Als de kuikens ouder worden, wordt de lamp steeds een beetje verder omhoog getrokken. Het voordeel van deze lamp is dat geen licht maar wel warmte wordt gegeven. De kuikens groeien dan op bij een natuurlijk dag- en nachtritme. Dit is beter dan lampen te gebruiken die licht afgeven, want dan hebben de kuikens geen dag- en nachtritme. De kuikens groeien snel en kunnen na ruim vier tot vijf weken wel naar hun definitieve hok. Kuikens van roulrouls kunnen prima opgroeien met kuikenopfokmeel of -kruimel voor siervogels. Pas op dat de korrel niet te groot is. Is dit wel zo, dan worden de eerste dagen de korrels fijngemalen met een koffiemolen. De fabrikant van het voer beschrijft op de verpakking precies hoe gevoerd moet worden.

Opfokken van de kuikens na natuurbroed

Het opfokken van kuikens met een hen verloopt nogal anders. In ieder geval zijn er geen zorgen over verwarming en temperatuur; dat doet de hen perfect. Het is opvallend hoe goed beide ouders voor de kuikentjes zorgen. Tijdens de eerste levensdagen wordt voer met de snavel aan de kuikens aangeboden, een prachtig gezicht om te zien, je kunt er uren naar kijken! In de natuur eten de kuikens tijdens de eerste levensdagen voornamelijk 'levend' voer, zoals kleine wormpjes en slakken. Dit is namelijk erg eiwitrijk en dat hebben ze hard nodig voor hun snelle groei. Hun ouders vangen deze prooidiertjes en geven deze vervolgens aan de jongen. Zo krijgen ze voldoende voedsel binnen en leren ze bovendien wat er allemaal eetbaar is. Na een aantal dagen beginnen ze ook zelf wat voer te zoeken. Tijdens deze zoektochten naar voedsel houden de vogels door zachte piepgeluidjes voortdurend contact met elkaar. Bij natuurbroed in gevangenschap kan ook kuikenopfokmeel of -kruimel voor siervogels worden verstrekt. Het is echter niet de bedoeling dat de hen al het kuikenvoer gaat opeten. Om dit te voorkomen schermt u het kuikenvoer af met een soort rooster met openingen, waardoor de kuikens bij het voer kunnen komen en de hen niet. Ook drinkwater dient vers verstrekt te worden en in voldoende maten aanwezig te zijn. Het is nodig om het hok (en de ren) van de hen met de kuikens goed schoon te houden. Zijn de jonge vogels halfwas of groter, dan kunnen de jongen gescheiden worden van de ouderdieren. Maar ook dan is het doorgaans nog niet noodzakelijk, zorg echter wel dat dit in ieder geval wel gebeurd is voor januari. Hierna kan het ouderpaar zich gaan voorbereiden op het nieuwe fokseizoen.

Pootringen

Alle hoenderachtigen, siervogels, watervogels en duiven kunnen alleen met een vaste ring om de poot ingezonden worden naar kleindiertentoonstellingen. Verder kun je aan de ring aflezen hoe oud de dieren zijn en van welke fokker ze vandaan komen. Deze ringen worden pootringen genoemd. Met ‘vast’ wordt bedoeld dat bij volwassen dieren deze ringen niet meer afgeschoven kunnen worden. Ik ben lid van aviornis en daar bestel ik mijn ringen en voor Roul-rouls heeft u ringmaat 8 nodig. Het bestellen van de ringen moet op tijd worden gedaan. Wordt te laat besteld, dan zijn de poten al te dik geworden en kunnen de ringen niet meer om de poten van de dieren geschoven worden. Wordt te vroeg geringd, dan is de kans groot dat de ring weer van de poot schuift. Gemiddeld moeten jonge roul rouls rond de leeftijd van 4 á 5 weken worden geringd.

Dan het ringen zelf.
Het jonge dier wordt voorzichtig in de linkerhand gehouden met de kop van het dier naar voren. De poten steken dan ook naar voren. Met de vingers van dezelfde hand worden de drie lange voortenen van de poot tegen elkaar aangedrukt. Dit moet voorzichtig gebeuren omdat het kuiken nog erg klein en kwetsbaar is. Het beschadigen van de tenen is gauw gebeurd Op deze manier kan de ring met de rechterhand gemakkelijk over de drie tenen tegelijk geschoven worden.
De achterteen wijst altijd al naar achteren. Als de ring over de drie tenen wordt geschoven, wordt de achterteen al vanzelf plat tegen het loopbeen van de poot gedrukt. Nog iets verder geschoven en de ring glijdt gemakkelijk over de achterteen. Daarna komt de achterteen weer vrij van het loopbeen en belemmert de ring om af te schuiven. Vraag zonodig een ervaren fokker het ringen een paar keer voor te doen. Controleer nog wel regelmatig (zeker de eerste dagen na het ringen) of alle dieren hun ring om hebben. Zo niet, dan ligt de ring ergens in het strooisel in het hok of de ren. Enige dagen wachten (want de poot was nog te dun) en dan weer opnieuw ringen is de enige manier. Het is een ongeschreven regel dat de rechterpoot wordt geringd. Het is gewoonte om de ring ondersteboven (op de kop) aan de poot te schuiven. Dit betekent dat als het dier gewoon in de hand wordt vastgehouden het ringnummer goed leesbaar is. Dit is handig als later weer eens het ringnummer gelezen moet worden. Wordt niet op deze manier geringd, dan moet voor het lezen van het ringnummer het dier op de kop gehouden worden.

Aanbrengen van pootring






En hoe nu verder met de fokkerij

De eerste jonge dieren zijn gefokt, maar hoe nu verder? Als de jonge vogels enkele weken oud zijn worden de ringen besteld. Voor meerdere soorten is het wettelijk verplicht om ze te ringen. Doorgaans kunnen ze al na ongeveer vier weken geringd worden. Vroegtijdig proberen of de ring al blijft zitten is aan te raden. Zijn de jonge dieren goede dieren, dan is de combinatie van de ouderdieren een goede combinatie. Deze ouderdieren worden de volgende keer weer gebruikt. Het is niet altijd verstandig maar ook niet altijd te voorkomen om met de gefokte jonge dieren een broer-zuster paring toe te passen. Dat is een sterke manier van inteelt en geeft kans op minder vitale dieren. Mocht u toch besluiten om dit te doen doe het dan uitsluitend met vitale dieren, zonder gebreken. Bij de fok van hoenders en dwerghoenders wordt vaak een gecontroleerde vorm van inteelt toegepast. Bij roulrouls moet men daarmee voorzichtig zijn. De dieren kunnen ook ziektegevoeliger worden en de hennen leggen soms minder eieren. Een paring toepassen van dochter op vader en zoon op moeder is prima. Dat is een minder sterke inteelt. Op deze manier vaker terugparen binnen de 'familie' (dus inteelt) is de beste manier om een echte 'stam' op te bouwen. Voorwaarde hierbij is dat er streng wordt geselecteerd op uiterlijke kenmerken die behoren bij de soort, maar evengoed op vitaliteit en gezondheid. Wordt de selectie op deze laatstgenoemde eigenschappen uit het oog verloren, dan is de opbouw van de stam gedoemd te mislukken. Een bewezen goed fokkoppel moet echter niet uit elkaar gehaald worden. Hier moet men zuinig op zijn. Koop als het mogelijk is een onverwant fokdier om te koppelen met het eigen nageslacht maar bedenk dan wel dat veel soorten al vanwege hun zeldzaamheid toch al enigszins verwant zijn. Een totaal nieuw genenpakket in de eigen stam is bijna onmogelijk. Dit is alleen mogelijk met de import van vogels uit het land van oorsprong, de import van vogels is momenteel echter verboden . Bij nauw verwante dieren wil de fokkerij soms nog weleens moeizaam verlopen. Niemand is zomaar een fokker. Dat wordt ook niet uit een boekje geleerd. Door ervaring op te doen, door te kijken op tentoonstellingen en door informatie uit te wisselen met collega-fokkers kan veel geleerd worden over het fokken van dieren. Het gevoel voor fokken moet ook een beetje aangeboren zijn.