Voeding

In het wild zijn ROULROULS echte alleseters: wormen, insecten, slakken, bessen, granen en bladknoppen; alles gaat erin. Ze vergaren hun voedsel voornamelijk door met de krachtige poten over de grond te krabben, waardoor al dit lekkers te voorschijn komt. Het is dus belangrijk dat u de roul-roul een zo gevarieerd mogelijk menu aanbiedt.

Dit hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:

> Hoofdvoeding voor ROUL ROULS
> Bijvoeding
> Dierlijk eiwit
> Drinkwater
> Extra aanvulling op vogelvoeding
> Voedingstoffen
> Eiwit
> Vetten
> Vitamines
> Mineralen
> Aanzuren van het drinkwater

Hoofdvoeding voor ROULROULS

ROUL-ROULS behoren wel tot de hoenderachtigen, maar hebben duidelijk een andere behoefte aan voedingsstoffen dan kippen. Kippenvoeders (legvoeder of foktoomvoeders) worden daarom niet gebruikt voor ROUL ROULS. Deze kleine hoenderachtigen hebben minder behoefte aan calcium en fosfor, kunnen niet goed overweg met het type koolhydraten dat in kippenvoeders wordt gebruikt en hebben behoefte aan een ander type eiwit dan kippen. Als hoofdvoedsel krijgen mijn ROULROULS een sierhoenderkorrel, soms wordt deze nog wat aangevuld met T16 korrel van Nutribird. Garvo, Versele Laga en Kasper zijn bijvoorbeeld producenten van goede sierhoenderkorrels. Garvo verkoopt een sierhoendermix die bestaat uit een korrel welke is aangevuld met allerlei soorten granen en zaden. Versele Laga en Kasper verkopen een sierhoenderkorrel zonder granen. Hier kun je dan zelf wat granen en zaden bij voeren. Mijn voorkeur gaat uit naar het voeren van een uitgebalanceerde korrel. ROUL-ROULS zijn namelijk gek op granen en zaden, en als de vogels hier te veel van opnemen zullen zij vervetten. De vorm van het voer kan ook verschillen, je kunt namelijk voer in korrel en in kruimelvorm kopen. De korrelvorm is het meest geschikt voor ROUL ROULS. Het is aan te raden om de dieren dagelijks vers voer te verstrekken. Het is dan ook verstandig om `s ochtends zoveel te voeren dat zij gedurende de hele dag wel voldoende voer op kunnen nemen, maar dat 's avonds de voerbak leeg is. Door ervaring leert men snel hoeveel voer dat is. Volle voerbakken trekken ís nachts vaak muizen aan en deze keutels kunnen schadelijk zijn als ze worden opgegeten. Voerbakken die verkocht worden voor kippenkuikens zijn prima geschikt voor roulrouls. Dit zijn vaak lage voerbakken die voorzien zijn van een beugel.Deze beugel voorkomt dat de dieren in het voer gaan krabben en uitendelijk voer verspillen.

Er word vaak een verschil gemaakt tussen voersoorten te voeren tijdens het kweekseizoen en tijdens de winter. In het kweekseizoen wordt vaak een kweek- of legkorrel gevoerd en in de winter wanneer de dieren geen eieren leggen wordt meestal overgeschakeld naar een conditievoer. Het is belangrijk dat ROUL-ROULS in optimale conditie blijven, ze mogen echter niet te vet zijn!

Bijvoeding

Groenvoer/vers fruit

Groenten, fruit, bessen, onkruiden voor ROUL ROULS

De volgende groente- en fruitsoorten kunnen aan ROUL-ROULS gegeven worden:

Appel (bij voorkeur zoete), Peer, druif, banaan, kiwi, sinaasappel, mandarijn, dadel, vijg, rozijnen, abrikozen (vers of gedroogd), wortel, tomaat, maÔs(kolf), ananas, gewelde krenten en rozijnen, wortel, selderij (kliene hoeveelheden), peterselie, dadel, papaya, broccoli.

Geef nooit avocado aan ROULROULS deze vrucht is namelijk giftig voor vogels!!!!

De volgende bessen kunnen aan ROUL-ROULS gegeven worden:
Bessen van de vuurdoorn, vlierbes, braam, berberisbessen, rozenbottel, bessen van de vuurdoorn, bessen van de meidoorn.

De volgende onkruiden zijn geschikt voor ROUL ROULS:

Vogelmuur, verse graszaden, weegbree, melkdistel, teunisbloem, tuinkers, kruiskruid, perzikkruid (zaden + bloemen), klein hoefblad, herderstasje, duizendblad en paardebloem. Bedenk bij het verstrekken van bovenstaande voedingsmiddelen dat u er zeker van bent dat ze niet vervuild zijn door neerslag van zware industrieŽn, bestrijdingsmiddelen en uitlaatgassen van motorvoertuigen. Ten aanzien van groenvoer en fruit wil ik nog opmerken dat deze niet verlept, rot of beschimmeld moeten zijn.
Geef groenvoer ook altijd met mate d.w.z. zoveel als de ROULROULS op kunnen. Bewust heb ik sla niet bij de groente soorten genoemd omdat hier vaak veel teveel van gegeven wordt. Gevolg van een teveel aan sla is diarree bij de vogel(s). Een stukje sla ter grootte van een jampot deksel is bijvoorbeeld genoeg voor 2 ROUL-ROULS. Voor fruit geldt dat deze zeer goed moeten worden gewassen en in kleine stukjes moet worden aangeboden. Ook voor fruit geldt, niet meer geven dan de vogels op kunnen. Met mate voeren van groenten en fruit voorkomt ook de opname van vervuilde groente en fruit door de ROUL ROULS en daarmee de kans op ziekte.
Om er zeker van te zijn dat bovenstaande voedingsmiddelen vrij zijn van vergiftige stoffen zou u ook nog kunnen besluiten om de betreffende middelen zelf te gaan telen of kweken.

Universeel voer

Naast het hoofdvoedsel krijgen de ROULROULS 1x per week een kleine hoeveelheid universeel voer. Dit voer is speciaal voer voor vruchten- en insectenetende vogels en is bij elke dierenspeciaalzaak verkrijgbaar. Bij voorkeur wordt universeelvoer met daarin gedroogde insecten gebruikt, omdat de dieren goed reageren op de gedroogde insecten.In het kweekseizoen voeg ik hier ook nog wat calcium en soms wat extra vitamine aan toe omdat hier vaak extra behoefte naar is tijdens het broedseizoen. Te veel universeelvoer is echter niet aan te raden omdat dit kan leiden tot vervetting, vooral tijdens de wintermaanden, verstrek daarom met mate.

Dierlijk Eiwit

Tijdens het broedseizoen is dierlijk eiwit niet weg te denken. Hiervoor geldt dat het aanbod zo divers mogelijk moet zijn! Als we even terug gaan naar de vrije natuur, dan kunnen we constateren dat bij een toenemend aanbod aan dierlijke eiwitten in het voorjaar, de broedstemming van vogels, en in dit geval ROUL-ROULS, ook toeneemt. Natuurlijk zijn er meerdere factoren die een rol spelen bij het wel of niet in broedstemming komen, maar dierlijk eiwit is een hele belangrijke factor.

> Meelwormen

Meelwormen zijn bijvoorbeeld uitstekende voedseldieren, vooral voor ouderdieren. Mijn ROUL ROULS krijgen iedere dag een stuk of 6 meelwormen. Als u meelwormen aan jonge dieren wilt voeren dan kunt u ze beter een keer of twee doorknippen. Het nadeel van meelwornen voeren aan jonge dieren is echter dat de huid van een meelworm vrij hard is. Jonge dieren hebben een gevoelig verteringsstelsel en deze huid wordt daarom moeilijker verteerd. Een klein kind eet tenslotte ook nog geen boerenkool! Buffalowormen of een insectenpatť is dan een beter alternatief.

> Buffalowormen

Buffalowormen zijn wat kleiner dan meelwormen en kunnen in kleine hoeveelheden aan jonge ROULROULS worden aangeboden. Een nadeel van buffalowormen is echter dat jonge ROUL-ROULS het onderscheid niet maken tussen een buffaloworm en een teen van een medebewoner. Hierdoor kan wat onrust ontstaan en in het slechtste geval kunnen jongen uitvallen.

> Krekels

Krekels zijn een goede en welkome afwisseling voor oudere ROUL ROULS. Dit heeft weer te maken met de diversiteit van aanbod. Kleinformaat krekels (maat 2-4) kunnen ook uitstekend aan de jongen gevoerd worden.

> Wasmotten

Wasmotten zijn net als krekels een welkome afwisseling voor de ROUL-ROUL.

Drinkwater

Water is een bouwstof. Voor een vogel is water een zeer belangrijke stof. Meer dan de helft van het vogellichaam bestaat, net als trouwens bij de mens, uit water. Een ei bestaat voor ongeveer 65% uit water. Het water is niet gelijk over het grasparkietenlichaam verdeeld. Bloed en spieren bevatten een hoog percentage water (bloed 95%, spieren 70-80%). Water dient als transportmiddel van het voedsel in het spijsverteringskanaal. Het is nodig om zaden in de krop te weken en om enzymen in de gelegenheid te stellen het voedsel te verteren. Ook speelt water een belangrijke rol bij de lichaamstemperatuurregeling van de grasparkiet. Een vogel bezit geen zweetklieren zoals wij mensen. De afgifte van overtollige lichaamswarmte geschiedt bij vogels door middel van de longen en luchtzakken. Afgifte van overtollige warmte door de vogel is regelmatig waar te nemen tijdens bijvoorbeeld warmte perioden. De vogels zitten dan veelal te hijgen (afgifte via de longen). Het schudden van de veren geeft de vogels gelegenheid de warmte, die via luchtzakken en huid tussen de veren is gekomen, kwijt te raken. Iedere keer als voedingsstoffen naar of van een cel vervoerd worden, is water het vervoermiddel. Opgelost in water worden de afbraakproducten via de nieren uitgescheiden.
In bijna alle voedingsmiddelen is water aanwezig. Bij verbranding van voedingsstoffen, zoals eiwit, vet en koolhydraten, ontstaan in het lichaam van de grasparkiet, naast het vrijkomen van energie, de verbrandingsprodukten water en koolzuur. Dit water wordt gedeeltelijk door een vogel benut. Het water wat tijdens de verbranding vrijkomt is ontoereikend voor de totale water behoefte van een vogel. Extra water zal dan ook in de vorm van drinkwater moeten worden opgenomen. Toch kan een vogel vrij lang zonder water. Een vogel bezit dan ook het vermogen om het aan het voeder gebonden water zoveel mogelijk te benutten. (Voor wat betreft het veroorzaken van darminfekties blijkt (verontreinigd) water ťťn van de belangrijkste bronnen te zijn. Water dient dan ook elke dag ververst te worden. Verstrek nooit ijskoud water en maak de drinkflesjes in ieder geval eens in de week schoon. De beste keuze in drinkflesjes zijn de zogenaamde "druppelflesjes". Dit zijn flesjes die worden aanbevolen voor muizen, marmotten en konijnen. BacteriŽn blijken zich in deze druppelflesjes veel minder snel te ontwikkelen. Mocht u hier echter op willen overgaan dan moet u de vogels eerst vertrouwd maken met dit systeem. Pas wanneer ze het water (ook) uit de druppelflesjes drinken, kunnen de andere drinkfonteintjes worden verwijderd.

Extra aanvulling op vogelvoeding

Inleiding in de vogelvoeding

Voor de zeer geinteresseerde lezer/kweker zal de lengte en de uitgebreidheid van deze webpagina geen probleem opleveren. Ik weet echter uit (eigen) ervaring dat een hoofdstuk over voeding niet altijd uitnodigt tot aandachtig lezen. Toch is naar mijn mening kennis over de voeding van onze vogels erg belangrijk. Voor de vogels kan het zelfs van levensbelang zijn. Een goede voeding is ťťn van de belangrijkste pijlers van een goede gezondheid en derhalve ook van het "levensgeluk" van een vogel. Het verband tussen voeding en gezondheid komt, indien we naar de situatie bij mensen kijken, reeds tot uiting wanneer we bijvoorbeeld een vergelijking maken tussen volkeren. De (gruwelijke) beelden die ons regelmatig voorgeschoteld worden van doodzieke kinderen en volwassenen in de derde wereld, als gevolg van voedsel tekorten, spreken hierbij boekdelen. Bewust gebruik ik hier een voorbeeld met betrekking tot de mens, omdat dit (helaas) vaak meer aanspreekt. Een slechte voedingstoestand zal zich ook bij vogels uitten in ziekte en sterfte. Daarnaast heeft de voeding invloed op de groei en de ontwikkeling van de vogel.

Trouwens, dit is niet anders als bij mensen. Zo blijkt uit onderzoekingen naar de lengte van Nederlandse soldaten dat er thans veel meer personen lang worden dan vroeger. Het gemiddelde cijfer voor de lengte van de Nederlander is en wordt dan ook steeds hoger. De voeding heeft eveneens invloed op het prestatievermogen. Zo zal een slechte voeding bijvoorbeeld tevens gevolgen hebben op de (broed)prestatie van vogels.

Tot nu toe heb ik het in hoofdzaak over tekorten in de voeding en de gevolgen van te weinig voeding gehad. Een te weelderige en overdadige voeding kan echter ook schaden. Denk in dit verband bij mensen aan zogenaamde "welvaartsziekten" als hart-en vaatafwijkingen. Bij vogels zal een te overdadige voeding al gauw leiden tot vette vogels en van vette vogels is o.a. bekend dat ze, met betrekking tot bijvoorbeeld de kweek, niet veel zullen presteren (onbevruchte eitjes). Een slechte voeding in een bepaalde levensfase kan zich wreken in een (veel) latere levensfase. Zo zal de voeding van de pop, al ver voordat ze eitjes legt, van invloed zijn op een goede ontwikkeling en gezondheid van de jongen.

Een goede voeding is dus van belang voor de gezondheid, groei, ontwikkeling, prestatievermogen en het nageslacht van vogels.

Het zal uit het voorgaande duidelijk zijn dat u als kweker en of liefhebber op de hoogte moet zijn van de eisen die aan een goede voeding worden gesteld. U zult immers in eerste instantie degene zijn, die de keuze van voeding voor de vogels(s), zal dienen te maken.

Voedingstoffen en hun functie

In bovenstaande inleiding wordt gesproken over een goede voeding. Maar wat is nu een goede voeding?

Onder een goede voeding wordt verstaan een voeding, waarin in de juiste hoeveelheden alle stoffen voorkomen die het vogellichaam nodig heeft voor:

- opbouw,

- instandhouding,

- herstel,

- een goed verloop van alle levensprocessen,

- arbeidsvermogen, energie.

Voedingstoffen

De zaadmengsels en krachtvoeders, die speciaal voor onze vogels zijn samengesteld, bestaan uit verschillende stoffen. In deze zaden en krachtvoeders komen een aantal stoffen voor die onontbeerlijk zijn voor de vogel. Deze stoffen worden voedingsstoffen genoemd. Het zijn:

- eiwitten,

- vetten,

- koolhydraten,

- water,

- mineralen,

- vitamines.

Afhankelijk van de funktie die de voedingsstoffen in het lichaam hebben worden zij onderscheiden in bouwstoffen, brandstoffen en beschermende stoffen.

Bouwstoffen

Bouwstoffen zijn stoffen die de vogel nodig heeft voor de opbouw van z'n lichaam. Vanaf de bevruchting totdat het vogellichaam volwassen is, heeft opbouw plaats. Voor de opbouw van het skelet, de spieren en andere weefsels levert het voedsel bouwstoffen, namelijk eiwitten, mineralen en water.

Gedurende het gehele vogelleven is er voortdurend afbraak van cellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verwisselen van de veren (rui), weefselverlies door verwondingen en slijtage van nagels. Voor wederopbouw en herstel van weefsels en cellen zijn eveneens bouwstoffen nodig.

Brandstoffen

Een vogel is actief, hij beweegt en vliegt. Hij kan dat doen omdat hij daar het vermogen en de energie voor heeft. Gewoonlijk is zijn lichaam blootgesteld aan temperaturen lager dan zijn lichaamstemperatuur van 42 įC. Om de lichaamstemperatuur op peil te houden heeft het vogellichaam energie nodig. De vetten, koolhydraten en eiwitten zijn de energiebronnen voor vogels. Wanneer deze stoffen in het lichaam worden "verbrand" ontstaat energie en komt warmte vrij. Deze verbranding komt zeer geleidelijk via allerlei processen tot stand zodat de warmte geleidelijk vrijkomt.

Beschermende stoffen

In het vogellichaam hebben naast opbouw en afbraak talrijke processen plaats, onder andere vertering en verbranding van voedingsstoffen en uitscheiding van afbraakprodukten. Om er voor te zorgen dat alle lichaamsprocessen goed verlopen heeft het vogellichaam vitamines en mineralen nodig. Deze voedingsstoffen zijn nauw bij de lichaamsprocessen betrokken. Aangezien de weerstand van ogels afhangt van het verloop van de lichaamsprocessen worden de vitamines en mineralen beschermende stoffen genoemd.

Dagelijks heeft het vogellichaam dus drie groepen voedingsstoffen nodig, namelijk:

* Bouwstoffen:
- eiwitten
- mineralen
- water

* Brandstoffen:
- vetten
- koolhydraten
- eiwitten

* Beschermende stoffen:
- vitamines
- mineralen.

Als vervolg zal ik, in aparte delen, de afzonderlijke stoffen uit de drie groepen voedingsstoffen nader behandelen.

Eiwit

Eiwitten vinden we zowel in dierlijke als in plantaardige voedingsmiddelen. Eiwitten behoren tot de voornaamste bouwstoffen van het vogellichaam.

Eiwitten zijn niet alleen bouwstoffen van de weefsels, maar ook van een aantal stoffen die zeer nauw betrokken zijn bij alle stofwisselingsprocessen, waaronder enzymen, hormonen en afweerstoffen. Ter verduidelijking van het begrip stofwisseling het volgende. Onder stofwisseling worden de gezamenlijke chemische veranderingen verstaan, die in het organisme (vogel) plaatsvinden om dit op te bouwen en te handhaven, alsmede de omzetting (afbraak) van levende stof tot eenvoudige, uit te scheiden stoffen. Eiwitten zijn organische verbindingen die o.a. zijn samengesteld uit de elementen koolstof, waterstof, zuurstof, en stikstof. De eiwitten behoren ook tot de brandstoffen. 1 Gram eiwit geeft bij verbranding in het vogellichaam ongeveer 4 kcalorieŽn.

Eiwitmoleculen zijn zeer groot. Ze zijn opgebouwd uit een groot aantal kleine moleculen, de aminozuren.

Een molecuul is het kleinste deeltje waarin een stof verdeeld kan worden zonder dat de scheikundige samenstelling van de stof wordt verbroken. Zo is bijvoorbeeld een molecuul water opgebouwd uit 1 zuurstof en 2 waterstof atomen. Wanneer een dergelijke molecuul uiteen valt dan wordt de scheikundige samenstelling verbroken en kunnen we niet langer spreken van water.

Er zijn 29 verschillende soorten aminozuren bekend, waarmee een niet te tellen hoeveelheid eiwitten kan worden opgebouwd. Men zou de aminozuren kunnen vergelijken met de letters van het alfabet waarmee we immers een oneindig aantal woorden kunnen samenstellen. Zoals al opgemerkt zijn eiwitmoleculen groot. In veel gevallen te groot om zomaar opgenomen te worden in het lichaam van de grasparkiet. Om te kunnen worden opgenomen in het bloed moeten de eiwitten eerst worden afgebroken tot de kleinere moleculen, de aminozuren, alvorens opname plaatsvindt. Sommige eiwitten kunnen in het lichaam van de vogel zelf worden opgebouwd. Er zijn echter 10 aminozuren, die het vogellichaam niet zelf kan opbouwen en die dus beslist in de voeding moeten voorkomen. Deze aminozuren worden de noodzakelijke of essentiŽle aminozuren genoemd.

Tot de essentiŽle aminozuren worden gerekend:

1. Arginine.
Arginine is een belangrijke bouwstof van het veereiwit en dus gedurende het gehele leven van de vogel noodzakelijk. Een tekort aan arginine kan leiden tot verenplukken van de jongen door de oudervogels (met name de pop).

2. Histidine.
Histidine is nodig voor de groei en de eivorming.

3. Isoleucine.
Een gekrulde tong is een uitting van een tekort aan isoleucine.

4. Leucine.
Een tekort aan leucine veroorzaakt gedraaide veren. Ook kan een tekort aan leucine afwijkingen aan de tong veroorzaken.

5. Lysine.
Lysine vormt een onderdeel van het veerpigment. Een tekort zal dus een gebrekkige veerpigmentatie bij de vogel tot gevolg hebben.

6. Methionine.
Een tekort aan deze aminozuur geeft een slechte bevedering te zien.

7. Fenylalaline.
Fenylalaline kan tyrosine vervangen en, samen met jodium, zorgen voor de vorming van het schildklierhormoon thyroxine.

8. Threonine.
Threonine is o.a. nodig voor de eivorming.

9. Tryptofaan.
Tryptofaan kan nicotinezuur, een vitamine uit de B-groep, vervangen.

10. Valine
Valine is zowel voor jonge en volwassen vogels noodzakelijk voor de vorming van lichaamseiwit.

Een tijdelijk tekort aan ťťn van deze aminozuren zal de vorming van lichaamseiwit doen staken. Een chronisch tekort zal de dood van de vogel als resultaat hebben omdat het versleten lichaamsweefsel niet door nieuwe kan worden vervangen (eiwitten vallen o.a. immers onder de (celop)bouwstoffen).
Gezien het belang van de essentiŽle aminozuren in de voeding van vogels is in tabel 1 het aminozurenpatroon in het eiwit van verschillende zaden weergegeven. Het referentie-aminozurenpatroon geeft aan wat een vogel nodig heeft in de voeding.

Dierlijke bronnen zijn rijker aan aminozuren dan plantaardige. Een menu van vlees, melk en eieren (eivoer!) zal dan ook een grote hoeveelheid essentiŽle aminozuren opleveren. Dit valt ook af te lezen in de tabel (zie bijvoorbeeld bij ei). Het is belangrijk te weten dat uit onderzoek is komen vast te staan, dat de hoeveelheid eiwit rond de 20% behoort te zijn om een snelle en gezonde groei van een jonge vogel te realiseren. Een mengsel van uitsluitend zaad geeft een hoeveelheid eiwit van ca. 15%. Hetgeen dus duidelijk onvoldoende is. Vooral wanneer er jongen zijn, zo hebben onderzoeken uitgewezen, zal met de extra eiwitbehoefte rekening gehouden moeten worden. Gebleken is bijvoorbeeld, dat snel groeiende legsels van jongen, op z'n minst 7% meer eiwit nodig hebben dan andere. Dit zal dan aan de ouders gegeven moeten worden, die het op hun beurt weer via de kropmelk doorgeven aan hun jongen.Goede kropmelk zal dan ook minstens 58% eiwit moeten bevatten, van zowel dierlijke als plantaardige oorsprong, zo is uit onderzoek komen vast te staan. In z'n algemeenheid zal het u duidelijk zijn dat een vogel ook dierlijke eiwitten tot z'n beschikking zal moeten hebben om gezond te blijven.

Vetten

De vetten hebben een belangrijke funktie als energiebron en worden daarom tot de brandstoffen gerekend. Bij de verbranding van vet tot water en koolzuur zullen warmte en arbeid vrijkomen. Die wordt gebruikt voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur (42 C) en voor het leveren van spierarbeid van vogels. Vet is ook de drager van de in vet oplosbare vitaminen. Daarnaast vinden we vet tussen de spieren, rondom vele organen en als onderhuidsvetweefsel alsmede in alle lichaamscellen. 1 Gram vet levert 9 kcalorieŽn. Een beperkte vetreserve kan nuttig zijn wanneer door ziekte tijdelijk geen of weinig voedsel wordt opgenomen. Vetten zijn organische verbindingen opgebouwd uit de elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Naar hun bouw kunnen we de vetzuren onderscheiden in:

* verzadigde vetzuren (deze vetzuren worden verzadigd genoemd omdat hun koolstofketens verzadigd zijn, deze kunnen geen waterstofatomen opnemen). Voorbeelden van verzadigde vetzuren zijn onder andere boterzuur, palmitinezuur en stearinezuur.
* onverzadigde vetzuren (de koolstofketens van deze vetzuren kunnen wel waterstofatomen opnemen). Voorbeelden van onverzadigde vetzuren zijn onder andere oliezuur en linolzuur.

Ook de verzadigde- en de onverzadigde vetzuren kunnen nog weer onderverdeeld worden.

Verzadigde vetzuren
De verzadigde vetzuren worden onderverdeeld in:

- vetzuren met lange koolstofketens. De meeste vetten die in levensmiddelen voorkomen zijn hieruit opgebouwd.
- vetzuren met kortere koolstofketens. Deze groep vetzuren hebben een geheel eigen betekenis. In sommige gevallen dragen ze bij tot de geur en de smaak van levensmiddelen.

Onverzadigde vetzuren
De onverzadigde vetzuren worden onderverdeeld in:

- enkelvoudige onverzadigde vetzuren (vetzuren met ťťn dubbele binding in het molecuul). Tot deze groep behoort oliezuur, een veel voorkomend vetzuur waaruit sommige plantaardige oliŽn, zoals olijfolie, zijn opgebouwd.
- meervoudige onverzadigde vetzuren (vetzuren met meer dubbele bindingen in het molecuul). De meervoudige onverzadigde vetzuren worden essentiŽle vetzuren genoemd.

De essentiŽle vetzuren, het woord zegt het al, zijn van essentieel (levens)belang voor vogels.

De drie belangrijkste meervoudige onverzadigde vetzuren zijn linolzuur, linoleenzuur en arachidonzuur. Het gehalte aan essentiŽle vetzuren is voldoende wanneer dit tussen de 0,5 en 1% ligt. Vooral gekiemd zaad is rijk aan deze essentiŽle vetzuren. Het belang van het verstrekken van gekiemd zaad aan vogels wordt hier door duidelijk.

Te veel vet in de voeding van een vogel, dat niet door hem gebruikt wordt, kan schadelijk zijn. Vet remt namelijk de maagsapafscheiding, waardoor het voedsel langer in de darm blijft. Dit heeft een verzadigingsgevoel tot gevolg waardoor de vogel geen ander voedsel meer zal opnemen. Hiermee wordt het belang aangegeven om de vogel een voeding te verstrekken die niet meer vet bevat dan strikt noodzakelijk is. Het vetpercentage in de voeding, van binnenshuis gehouden vogels (kamertemperatuur) dient beslist niet hoger te zijn dan 10%.

Naar herkomst kunnen we de vetten verder nog indelen in:

- Plantaardige vetten.
Plantaardige vetten komen onder andere voor in plantenmargarine, cocosvet, olijfolie, en noten.

- Dierlijke vetten.
Dierlijke vetten komen onder ander voor in roomboter, margarine, melkvet, vette vis, levertraan en eidooier.

Vitaminen

De studie van de groep beschermende stoffen die aangeduidt worden met de naam vitamines is pas de laatste vijftig ŗ zestig jaar intensief ter hand genomen. Momenteel kent men ruim dertig vitamines. Vitamines komen in kleine hoeveelheden in de voeding van vogels voor. Het zijn organische verbindingen. Vitamines bestaan uit de elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Vaak ook bevatten ze nog stikstof, fosfor en soms ook nog zwavel. Vitaminen zijn stoffen die door bepaalde organismen worden geproduceerd. Vitamines maken onderdeel uit van het natuurlijk voedsel maar het zijn geen eiwitten, vetten, koolhydraten of water. Vitamines maken meestal onderdeel uit van enzymen. Enzymen, zo is reeds eerder aangegeven zijn organische stoffen die in het lichaam bepaalde stoffen in andere omzetten. Iedere vitamine heeft zijn eigen specifieke taak bij de lichaamsprocessen. Vitamines zijn dus levensnoodzakelijk (essentieel) voor een vogel. Een ziekte die ontstaat ten gevolge van vitaminegebrek noemt men avitaminose. Bij minder ernstige tekorten treden geen ziekteverschijnselen op. Er zijn slechts min of meer vage klachten, die natuurlijk door een vogel niet kunnen worden aangegeven. Men spreekt dan van hypovitaminose. Een teveel aan vitamines kan eveneens schadelijk zijn en afwijkingen veroorzaken. Dit wordt hypervitaminose genoemd. De overwaardering die vele kwekers voor vitamines hebben en die zich uit in het overdadig gebruik van vitaminepreparaten levert voor een vogel het gevaar op van hypervitaminose. Oorspronkelijk werden de vitamines aangeduid met de letters van het alfabet. Uit nader onderzoek kwam echter naar voren dat een aantal vitamines uit verschillende stoffen bestond die ieder een specifieke werking hadden. Toen dit eenmaal bekend was ging men ertoe over om achter de letter een cijfer te plaatsen. Zo ontstonden onder andere de aanduidingen vitamine B1, vitamine B2 enz.. Er ontstond echter verwarring toen een aantal onderzoekers het vitamine dat zij ondekten een naam gaf die de chemische samenstelling of de funktie aanduidde. Hierdoor kregen sommige vitamines meer namen. Thans streeft men ernaar internationaal tot een eenheid van benaming te komen. Ik zal de vitamines, daar waar mogelijk aanduiden met hun oude naam. De officiŽle naam is in zo'n geval tussen haakjes geplaatst.

VITAMINE A (RETINOL)
Vitamine A is een in vet oplosbare stof die gevoelig is voor zuurstof en licht en onder invloed daarvan onwerkzaam wordt. Levertraan, een bron van vitamine A dient daarom in donkere flessen te worden bewaard. Een tekort aan vitamine A kan bij de grasparkiet onder andere blijken uit de volgende aandoeningen: afschilfering van de bovenste laag van de huid (epitheel) bij aanraking, aantasting van de slijmvliezen van mond, keel en luchtwegen wat zich uit in talloze witte stippen in de mond die tot in de krop kunnen voorkomen.
Bij een tekort aan vitamine A is de weerstand tegen infekties verminderd. Ook de produktiviteit van de geslachtsklieren van zowel de man als de pop zijn verminderd, onbevruchte eieren zullen hiervan het gevolg zijn. Jonge vogels groeien langzaam of sterven. Kenmerkend zijn verschijnselen aan de ogen: zwelling van bindvlies, tranen en een vertroebeling van het hoornvlies. De gewenste hoeveelheid vitamine A per kg. voer bedraagt 5000-10000 IE (= internationale eenheid). Wanneer een vogel niet de beschikking heeft over dierlijk voedsel dient het gehalte aan vitamine A verhoogt te worden tot 12000 IE. Vitamine A komt uitsluitend voor in dierlijke voedingsmiddelen zoals melk, eidooier en in levertraan. Ondanks dat het uitsluitend in dierlijke voedingsmiddelen voorkomt is het verstrekken van groenvoer toch erg belangrijk omdat hier namelijk het zogenaamde provitamine A in zit, waaruit het vogellichaam zelf vitamine A kan maken. Een provitamine is een stof die in een vitamine omgezet kan worden en pas dan zijn vitaminerende werking heeft.

VITAMINE B-COMPLEX
Tot het vitamine B-complex behoren een hele reeks van vitaminen die allemaal in water oplosbaar zijn. De belangrijkste zal ik hieronder behandelen.

VITAMINE B1 (THIAMINE)
Vitamine B1 is erg belangrijk voor het goed funktioneren van spieren en zenuwen alsmede voor de groei van jonge vogels, voor het behoud van de eetlust en voor het in stand houden van de conditie van het spijsverteringskanaal. Ook speelt vitamine B1 een belangrijke rol bij de eindafbraak van koolhydraten en bij de vorming van vet uit koolhydraten. Een gebrek aan vitamine B1 geeft zenuwverlammingen, gewichtsverlies, eetlustvermindering en zwakte bij vogels. De gewenste hoeveelheid vitamine B1 per kg. voer bedraagt ca. 1-2 mg. Vitamine B1 komt voor in vele plantaardige- en dierlijke produkten, zoals granen, gekiemde zaden, groenvoer, melkpoeders, gist en vismeel.

VITAMINE B2 (RIBOFLAVINE)
Vitamine B2 speelt een rol bij de stofwisseling van eiwitten, vetten en koolhydraten. Het is eveneens nodig voor het goed funktioneren van het zenuwgestel van en vogel en voor een goede ontwikkeling van het embryo in het ei. Bij een tekort aan vitamine B2 zien we uiteenlopende ziekten waaronder onder andere vergroeiing van tenen en afwijkende donsveren bij jonge vogels. Bij een hoeveelheid van 3-5 mg. vitamine B2 per kilo voer zal een tekort niet gauw optreden. Vitamine B2 zit onder andere in granen, zaden, gekiemde zaden, melkpoeders, vismeel, gist en vismeel.

VITAMINE B3 (PANTOTHEENZUUR)
Vitamine B3 is onder andere van belang voor de huid en voor de voortplanting. Afwijkingen in de vorm van ruwe veren, kale koppen, ontstoken ogen en ruwe poten zouden op een vitamine B3 tekort kunnen wijzen. De gewenste hoeveelheid Vitamine B3 per kg. voer bedraagt 7-12 mg. Bronnen waar Vitamine B3 in voorkomt zijn groenvoer, gekiemde zaden, levertraan, granen en zaden.

VITAMINE B4 (NICOTINEZUURAMIDE)
Vitamine B4 is onder andere nodig voor de stofwisseling van vogels alsmede voor de vorming van vetzuren. Verder speelt het een rol bij de ontwikkeling van de veren en bij de groei van een vogel. Een tekort aan vitamine B4 kan zich ondermeer uitten in een vertraging van de groei en een slechte ontwikkeling van de veren. Ook ontstekingen aan het spijsverteringskanaal kunnen worden veroorzaakt door een vitamine B4 tekort. De gewenste hoeveelheid Vitamine B4 per kg. voer bedraagt 25-40 mg. In groenvoer, tarwe en gerst zitten belangrijke hoeveelheden vitamine B4.

VITAMINE B6 (PYRIDOXINE)
Vitamine B6 is als onderdeel van verschillende enzymen bij talrijke stofwisselingsprocessen betrokken. Zo is het onder andere nodig voor de stofwisseling van eiwitten (opname van aminozuren) en vetzuren. Een tekort uit zich bij jonge vogels in een verminderde eetlust en daardoor een verminderde groei. Een verhoogde opname van eiwitten of koolhydraten zal dus de behoefte aan vitamine B6 doen verhogen. De gewenste hoeveelheid Vitamine B6 per kg. voer bedraagt ca. 3-5 mg. Vitamine B6-houdende produkten zijn gist, gekiemde zaden, eigeel en melkprodukten.

VITAMINE B10 (FOLIUMZUUR)
Vitamine B10 is onder andere nodig voor de groei, de vorming van bloed, de ontwikkeling van de veren. Vitamine B10 is eveneens van invloed op de broedresultaten. Een tekort aan vitamine B10 heeft tot gevolg dat de groei van de jonge vogels wordt vertraagd. Verder geeft een tekort een depigmentering van de veren, dat wil zeggen dat de veren hun kleur verliezen. De gewenste hoeveelheid Vitamine B10 per kg. voer bedraagt 0,5-1,0 mg. Goede bronnen van vitamine B10 zijn sojameel, vismeel, melkpoeders en granen.

VITAMINE B12 (COBALAMINE)
Vitamine B12 is de enige vitamine die een metaal bevat, namelijk cobalt. Vitamine B12 is voor de omzetting van bepaalde aminozuren in andere aminozuren (zie bij eiwitten) uitermate belangrijk. Verder speelt vitamine B12 een rol bij de vorming van de bloedlichaampjes. Een vitamine B12 gebrek zal slechte broedresultaten tot gevolg hebben en eventueel uitgekomen jongen zullen spoedig sterven. De gewenste hoeveelheid Vitamine B12 per kg. voer bedraagt 0,010-0,015 mg. Vitamine B12 komt in geringe hoeveelheden voor in melk en eidooier. Verder zit het in antibiotica, zoals penicilline, streptomycine en terramycine. Het is ook aanwezig in de uitwerpselen van vogels en daarom pikken vogels wel aan eigen uitwerpselen of aan die van andere vogels.

BIOTINE
Biotine speelt een rol bij de vet- en koolhydraatstof- wisseling. Bij gebrek aan biotine treden huidafwijkingen op. Een verschijnsel dat vooral rondom de snavel optreedt. Na enige tijd kan het zich uitbreiden naar de ogen. In ernstige gevallen kleven de ogen dicht als gevolg van uitvloeiend vocht. Een vogel kan zelf een klein beetje Biotine aanmaken in de darm. De gewenste hoeveelheid Biotine per kg. voer bedraagt 0,10-0,15 mg. Biotine komt in behoorlijke hoeveelheden voor in eidooier, melkpoeder, granen en peulvruchten.

VITAMINE C (ASCORBINEZUUR)
Vitamine C kan door het vogellichaam zelf worden gemaakt. Het speelt onder andere een rol bij de vorming van de hormonen van de bijnierschors. Onder normale omstandigheden zal niet snel een vitamine C tekort ontstaan omdat een vogel die in voldoende mate zelf kan maken. Dit is niet het geval indien de vogels in een uitzonderlijke positie komen te verkeren, zoals bij vervoer, ziekte of vergiftigingen. De gewenste hoeveelheid Vitamine C per kg. voer bedraagt 50-100 mg. Groenvoer en vruchten zijn goede leveranciers van vitamine C.

CHOLINE
Choline speelt een rol bij de afzet van vetten in de lever en bij het transport van vetzuren uit de lever. Bij een tekort aan deze vitamine ontstaat leververvetting. Bij het opvoeren van het vetgehalte van het voer of bij een verhoogde opname van vetrijke zaden dient het cholinegehalte hierop aangepast te worden. In de praktijk gebeurt dit natuurlijk niet met als gevolg dus een leververvetting. De leververvetting heeft op zijn beurt weer een lichamelijke achteruitgang van de vogel tot gevolg. De gewenste hoeveelheid Choline per kg. voer bedraagt 500-1500 mg. Goede bronnen van choline zijn melkpoeders, granen, biergist zonnebloempitten en diverse andere zaden.

VITAMINE D (CALCIFEROL)
Net als bij vitamine B is ook bij vitamine D sprake van een complex. Voor de vogelvoeding is echter alleen vitamine D3 van belang. Vitamine D3 wordt uitsluitend in dierlijke produkten aangetroffen. Evenals bij vitamine A kent ook vitamine D3 een provitamine, namelijk het 7-dehydrocholesterol dat ook van dierlijke produkten afkomstig is. De omzetting van dit provitamine vindt plaats op de onbevederde huiddelen van een vogel, zoals bijvoorbeeld op de poten. Dit gebeurt onder invloed van de ultraviolette stralen van de zon. Het is daarom noodzakelijk dat vogels ook regelmatig met de zon in aanraking komen. Tegenwoordig zijn er echter ook lampen in de handel waarin ultraviolette stralen voorkomen. Vitamine D3 is nodig voor de calcium- en fosforstofwisseling. Het bevordert namelijk de opname van deze mineralen in de darmen van een vogel. Calcium en fosfor zijn vooral nodig bij de beenvorming en de opbouw van het skelet van jonge vogels. Ook de sterkte van het eischaal wordt beinvloed door de aanwezige vitamine D3 en calcium. Een tekort aan vitamine D zal slecht groeien van de beenderen, misvormingen van beenderen, het leggen van windeieren (eieren zonder kalkschaal), vergroeiing van de tenen en doorgezakte poten tot gevolg hebben. Een overdosering van vitamine D3 heeft ontkalking van het skelet tot gevolg. Bij dit proces wordt dus kalk aan de botten van een vogel onttrokken waardoor, als gevolg van het week worden van de beenderen, spontane breuken kunnen ontstaan. Bij grasparkieten wordt het optreden van hangvleugels ook wel in verband gebracht met een overdosering van vitamine D. De gewenste hoeveelheid Vitamine D3 per kg. voer bedraagt 500-1000 IE. Indien de grasparkiet geen dierlijk voedsel tot zijn beschikking heeft, dient het gehalte aan Vitamine D3 verhoogt te worden tot 2000 IE. Goede bronnen van Vitamine D3 zijn kabeljauwlevertraan en brood gedoopt in melk. Granen en zaden bevatten dus geen vitamine D3.

VITAMINE E (TOCOFEROL)
Vitamine E is voor een vogel van belang voor de vruchtbaarheid, de groei en de stofwisseling. Indien er een absoluut tekort is aan vitamine E kunnen er evenwichtsstoornissen optreden. Deze gaan gepaard met ongecontroleerde bewegingen van de kop. Eveneens kan bij een tekort steriliteit optreden. Vooral vogels met grote legsels hebben behoefte aan vitamine E. De gewenste hoeveelheid vitamine E per kg. voer bedraagt 5-10 IE. Indien een vogel geen beschikking heeft over dierlijk voedsel, dient het gehalte aan vitamine E verhoogt te worden tot 40 IE. Vitamine E vinden we onder andere in tarwekiemolie, mais, en gerst.

Vitamine K
Vitamine K speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling. Het is nodig voor de vorming van het zogenaamde protrombine in de lever. Tekorten veroorzaken een vertraagde bloedstolling. De gewenste hoeveelheid vitamine K per kg. voer bedraagt 1-2 mg. Vitamine K komt veel voor in groene plantendelen (in vruchten en zaden veel minder), wortelen, sojabonen en enkele granen. In dierlijke produkten wordt het bijna niet gevonden.

Mineralen

De mineralen zijn een groep voedingsstoffen die geen calorieen leveren. Met andere woorden ze leveren geen warmte. Ze komen in zeer kleine hoeveelheden in het vogellichaam voor. Doordat ze in minimale hoeveelheden voorkomen worden ze ook wel sporenelementen genoemd. Toch zijn ze volstrekt onmisbaar voor de opbouw en instandhouding van het vogellichaam. Bij verschillende levensprocessen zijn de mineralen, ieder op hun eigen wijze, betrokken. Zo zijn bepaalde minerale bestanddelen onmisbare bouwstoffen voor het skelet en zijn ze bij de groei en opbouw van nieuw te vormen en te vervangen cellen noodzakelijk. Tevens zijn het bouwstenen van ingewikkelde verbindingen zoals de rode kleurstof, hemoglobine, en van verscheidene enzymen en hormonen. Mineralen worden niet alleen tot de bouwstoffen gerekend maar ook tot de beschermende stoffen. Niet alle mineralen zijn trouwens levensnoodzakelijk voor de vogel. Ongeveer een kleine twintigtal mineralen zijn naar men thans aanneemt noodzakelijk voor het leven van de vogel.

Tot de noodzakelijke mineralen worden onder andere gerekend:

1. Calcium (Ca).
Calcium speelt onder andere een rol bij de opbouw en onderhoud van het skelet, de bloedstolling, de vorming van de eischaal en het funktioneren van bepaalde organen (hart) en van de zenuwen. Het calcium wat nodig is voor de vorming van de eischaal komt gedeeltelijk uit een reservedepot van bepaalde beenderen. Het wordt daar door het bloed opgenomen en naar de eileider vervoerd.

Bronnen waar belangrijke hoeveelheden calcium in voor komen zijn ondermeer krijt, sepia en grit (gemalen schelpen). De gewenste hoeveelheid calcium per kg. voer bedraagt ca. 6-7 gram. Veelal ontbreekt calcium in een vitamine-mineralenpreparaat. Dit is om praktische redenen gedaan. Toevoeging van calcium kan namelijk ook geschieden door gebruik te maken van fosforzure voederkalk en koolzure voederkalk.

2. Chloor (Cl).
Chloor is een bestanddeel van het in de maag voorkomende maagzuur (zoutzuur). De gewenste hoeveelheid chloor per kg. voer bedraagt ca. 1,5-2 gram. In een vitamine-mineralenpreparaat zal chloor echter vaak ontbreken. Dit is om praktische redenen gedaan. Toevoeging van chloor kan namelijk ook gebeuren door toevoeging van gejodeerd keukenzout.

3. Fluor (F).
Fluor is in vrijwel heel Nederland een normaal bestanddeel van het drinkwater. Per liter bevat het water in ons land 0,1 tot 0,3 mg fluor. Een tekort aan fluor kan groeistoornissen en onvruchtbaarheid tot gevolg hebben.

4. Fosfor (P).
Ongeveer 1% van het totale lichaamsgewicht van de grasparkiet bestaat uit fosfor. Hiervan bevindt zich ca. 80% in het beenweefsel. Het element fosfor is ontzettend belangrijk voor de grasparkiet. Het speelt namelijk bij vrijwel alle stofwisselingsprocessen een rol. Fosfor is een onderdeel van eiwitten en vetachtige stoffen. Fosfor kennen we in drie vormen, te weten minerale, plantaardige en dierlijke.
De minerale en dierlijke vorm zijn voor de vogel geheel beschikbaar, d.w.z. datgene wat de vogel opneemt kan ook worden benut.
Fosfor van plantaardige oorsprong is daarentegen maar voor ca. 30% door de vogel te benutten.
De gewenste hoeveelheid fosfor per kg. voer bedraagt ca. 3-4 gram. In een vitamine-mineralenpreparaat zal fosfor echter vaak ontbreken. Praktische redenen liggen hier veelal aan ten grondslag. Toevoeging van fosfor kan namelijk ook gebeuren door toevoeging van fosforzure voederkalk en koolzure voederkalk.
Fosforzure kalk, melk en melkpoeder zijn belangrijke fosforbronnen.

5. IJzer (Fe).
IJzer is een bestanddeel van de rode bloedkleurstof, hemoglobine (= transportmiddel voor zuurstof) en van vele enzymen. Organen zoals lever en milt bevatten belangrijke hoeveelheden ijzer.
De gewenste hoeveelheid ijzer per kg. voer bedraagt ca. 20-50 mg.
Bronnen van ijzer zijn peulvruchten, boerenkool, andijvie, brood en eigeel.

6. Jodium (J).
Jodium speelt een rol bij de vorming van het schildklier- hormoon thyroxine. Het drinkwater bevat meestal te weinig jodium. Aan keukenzout wordt nu jodium (Jozo) toegevoegd.
Een tekort kan bij vogels aanleiding geven tot kropziekte. Dit is een vergroting van de schildklier.
Bijkomende verschijnselen zijn een moeilijke ademhaling en soms overgeven van voedsel. Bij grasparkieten willen nogal eens jodiumtekorten ontstaan. Hierdoor wordt de geboorte van het jong met ťťn of meer dagen vertraagd. Het embryo mist de kracht om het eischaal aan te pikken en zal dus sterven.
Bovenstaande geeft voldoende aan dat de grasparkiet voldoende jodium dient te krijgen. Dit kan gebeuren door gejodeerd keukenzout aan het krachtvoer en opfokvoer toe te voegen.
De gewenste hoeveelheid jodium per kg. voer bedraagt ca. 0,3-0,5 mg. Een bron waar veel jodium in zit is levertraan.

7. Kalium (K)
Kalium speelt onder andere een zeer belangrijke rol bij de vorming van het skelet. Ook speelt kalium samen met natrium een belangrijke rol bij de totstandkoming van de zuur-base evenwicht in het lichaam van de grasparkiet.
Als bij diarree veel vocht wordt uitgescheiden kan gemakkelijk een tekort aan kalium ontstaan.
Bij jonge vogels uit een kalium tekort zich in een slechte groei en kan uiteindelijk leiden tot sterfte.
De gewenste hoeveelheid kalium per kg. voer bedraagt ca. 3-4 gram. Melk, melkpoeder, koolsoorten en aardnoten bevatten veel kalium.

8. Kobalt (Co).
Kobalt is een bestanddeel van het vitamine B12 en daarom onmisbaar bij de vorming van bloedlichaampjes.

9. Koper (Cu).
Koper speelt een belangrijke rol bij de vorming van bloed en activeert de opname van ijzer door de darm en de aanmaak van de rode bloedkleurstof. Ook bij de melaninevorming in de bevedering schijnt koper een voorname rol te spelen.
De gewenste hoeveelheid koper per kg. voer bedraagt ca. 7-10 mg.
Boerenkool, andijvie en vismeel bevatten belangrijke hoeveelheden koper.

10. Magnesium (Mg)
Magnesium vervult een rol bij de stofwisseling van koolhydraten. Magnesium komt voor in de botten, weefsel en in bepaalde enzymen. Als in de voeding van de grasparkiet te veel calcium of fosfor voorkomt, wordt de opname van magnesium door de darm belemmerd. Een tekort aan magnesium geeft een vertraagde groei van de grasparkiet te zien, waarbij de bevedering ook slechter dan normaal verloopt. Soms uit een tekort zich ook in stuipen.
De gewenste hoeveelheid magnesium per kg. voer bedraagt ca. 400-500 mg. Sepia, noten en tarwe bevatten behoorlijke hoeveelheden magnesium.

11. Mangaan (Mn).
Mangaan speelt een belangrijke rol bij de vorming van het beenderengestel en de eischaal. Ook speelt mangaan een rol bij verschillende enzymsystemen. Een tekort aan mangaan kan evenwichtsstoornissen en steriliteit tot gevolg hebben.
De gewenste hoeveelheid mangaan per kg. voer bedraagt ca. 50-70 mg.
Boerenkool, andijvie en vooral ook sepia zijn rijk aan mangaan.

12. Molybdeen (Mo).
Molybdeen schijnt een onderdeel te zijn van bepaalde enzymen die een taak vervullen bij de vetzuuroxydatie en de bloedvorming. Een tekort aan molybdeen kan verschillende ziekten veroorzaken. Veel is er echter over molybdeen nog niet bekend.

13. Natrium (Na).
Natrium wordt in het lichaam van de grasparkiet hoofdzakelijk in buiten de lichaamscellen aangetroffen. Natrium is een belangrijke bestanddeel van het skelet. Daarnaast vervult natrium ook een belangrijke rol bij het in stand houden van de zuur-base evenwicht in het grasparkietenlichaam.
De gewenste hoeveelheid natrium per kg. voer bedraagt 1,5-2 gram. In een vitamine-mineralenpreparaat zal natrium vaak ontbreken. Praktische redenen liggen hier aan ten grondslag. Toevoeging van natrium kan ook geschieden door toevoeging van gejodeerd keukenzout.
Melk en vooral melkpoeder bevatten veel natrium.

14. Selenium (Se).
Echt veel is er over selenium nog niet bekend.
Er blijkt echter een interrelatie te bestaan tussen vitamine E en selenium
Zo hebben proeven met kuikens aangetoond dat wanneer er te weinig selenium en vitamine E in de voeding voorkomt, er een ernstige vochtophopingen in het celweefsel optreedt met een verminderde gehalte van het eiwit albumine, in het bloed.
De gewenste hoeveelheid selenium per kg. voer is onbekend.

15. Zink (Zn).
Zink maakt deel uit van een enzym dat onontbeerlijk is bij de behandeling van koolstofdioxyde door het grasparkietenlichaam. Daarnaast speelt het een rol bij de vorming van het skelet en de eischaal. Jonge vogels hebben, om tot een normale groei te komen, zink nodig.
Een tekort aan zink in het lichaam uit zich in een verminderde groei, een slechte ontwikkeling en depigmentatie van de veren.
De gewenste hoeveelheid zink per kg. voer bedraagt ca. 30-50 mg.
Granen bevatten redelijke hoeveelheden zink.

De dosering van minerale sporenelementen dient uiterst nauwkeurig te geschieden waarbij als regel geldt dat teveel even slecht is als te weinig.

Om overdosering van sporenelementen te voorkomen verdient het aanbeveling deze toe te dienen in de vorm van natuurlijke produkten die de betreffende elementen bevatten en/of via de in de handel zijnde kracht- en opfokvoeders.

Samenvatting voeding

Deze webpagina kan gezien worden als een soort van samenvatting van alle afzonderlijke webpagina's over de voeding op mijn vogelsite 'Vogelproblemen'. Een goede voeding is van belang voor de gezondheid, groei, ontwikkeling, prestatievermogen en het nageslacht van vogels. De kweker/liefhebber zal dan ook op de hoogte moeten zijn van de eisen die aan een goede voeding worden gesteld. Hij of zij is het immers die de keuze van de voeding voor de vogels zal maken. Een goede voeding is een voeding waarin, in de juiste hoeveelheden alle stoffen voorkomen die het vogellichaam nodig heeft. Een aantal voedingsstoffen zijn onontbeerlijk voor vogels. Het zijn eiwitten, vetten, koolhydraten, water, mineralen en vitaminen. Afhankelijk van de functie die deze voedingsstoffen in het lichaam vervullen, worden ze onderscheiden in bouwstoffen, brandstoffen en beschermende stoffen. Bouwstoffen zijn stoffen die een vogel nodig heeft voor de opbouw, wederopbouw en herstel van de weefsels en cellen van z'n lichaam. Van de voedingsstoffen worden de eiwitten, mineralen en water gerekend tot de bouwstoffen. Brandstoffen zijn stoffen die een vogel onder andere nodig heeft voor het in stand houden van z'n lichaamstemperatuur. Daarnaast leveren brandstoffen de energie die nodig is voor spierarbeid, zoals bijvoorbeeld voor het vliegen. Van de voedingsstoffen worden de vetten, koolhydraten en eiwitten gerekend tot de brandstoffen. Beschermende stoffen zijn stoffen die er voor zorgen dat alle lichaamsprocessen goed kunnen verlopen. Van de voedingsstoffen worden de vitaminen en mineralen gerekend tot de beschermende stoffen. Beginnende bij de bouwstoffen zullen we als eerste de eiwitten bespreken. Eiwitten zijn zeer groot en opgebouwd uit een groot aantal kleine moleculen, de zogenaamde aminozuren. Doordat eiwitten zo groot zijn moeten ze, alvorens ze in het vogellichaam kunnen worden opgenomen, afgebroken worden tot de al eerder genoemde aminozuren. Aminozuren kunnen namelijk wel zo in het vogellichaam worden opgenomen. Er zijn 29 verschillende soorten aminozuren bekend, waarmee een niet te tellen hoeveelheid eiwitten kunnen worden opgebouwd. Eťn en ander is te vergelijken met de letters van het alfabet waarmee we immers een oneindig aantal woorden kunnen samenstellen. Nadat de eiwitten in het vogellichaam zijn afgebroken worden ze dus ook weer in het lichaam opgebouwd. Er zijn echter 10 aminozuren, die het vogellichaam niet zelf kan maken cq. kan opbouwen en die dus beslist in de voeding aanwezig moeten zijn. Deze noodzakelijke aminozuren worden de essentiŽle aminozuren genoemd. Een tijdelijk tekort aan ťťn van deze aminozuren zal de vorming van lichaamseiwit doen staken. Een blijvend tekort zal uiteindelijk de dood van de vogel tot gevolg hebben. De essentiŽle aminozuren zullen dus in het voer van vogels aanwezig dienen te zijn. Zaadmengsels, hoe goed ook samengesteld, kunnen de behoefte aan essentiŽle aminozuren niet dekken. Daarnaast is uit onderzoek gebleken, dat de hoeveelheid eiwit in de voeding van zaad etende vogels, rond de 20% behoort te zijn. Een mengsel van uitsluitend zaad geeft een hoeveelheid van ca. 15%, hetgeen dus duidelijk onvoldoende is. Toevoeging van extra eiwitten is dus noodzakelijk. Dierlijke bronnen zijn rijker aan essentiŽle aminozuren dan plantaardige. Het is dus erg belangrijk dat een vogel ook dierlijke eiwitten tot z'n beschikking heeft. In hun natuurlijk leefmilieu, zo hebben onderzoekers vastgesteld, eten veel vogels regelmatig insecten. Een menu van vlees, melk en eieren (eivoer!) zal dan ook een grote hoeveelheid eiwitten (en essentiŽle aminozuren) opleveren. Het dagelijks verstrekken van een goed krachtvoeder, waarin de essentiŽle aminozuren in de juiste verhoudingen voorkomen, is een goede manier om aan de eiwit behoefte van vogels tegemoet te komen. Als tweede in de rij van bouwstoffen noemde ik de mineralen. Mineralen komen in minimale hoeveelheden (sporenelementen) in het vogellichaam voor. Mineralen zijn betrokken bij verschillende levensprocessen van vogels. Zo vormen ze bijvoorbeeld de bouwstenen voor verschillende enzymen en hormonen. Net als bij de aminozuren blijken er een aantal te zijn die voor het leven van de grasparkiet van essentieel (noodzakelijk) belang zijn. Ook hiervoor geldt dus dat een tijdelijk of blijvend tekort zal lijden tot ziekte en of sterfte van een vogel. De dosering van minerale sporenelementen dient uiterst nauwkeurig te geschieden waarbij als regel geldt dat teveel even slecht is als te weinig. Over het algemeen kan de mineralen behoefte van en vogel redelijk gedekt worden door het verstrekken van in de handel aanwezige vogelmineralen. Het is erg belangrijk om de vogelmineralen los in een bakje te verstrekken en minimaal 1 x per week te "verversen". Omdat de vogels slechts datgene opnemen wat ze nodig hebben lijkt het vaak alsof er nog voldoende mineralen in het bakje aanwezig zijn. Dit is echter een misvatting. Grasparkieten zijn erg selectief in het zoeken van mineralen in het bakje, daarom kan het best zijn dat de mineralen die ze op dat moment nodig hebben, er in een eerder stadium al door hun zijn uitgehaald. Ik kan dan ook niet voldoende benadrukken om vooral regelmatig (eens per week) nieuwe vogelmineralen te verstrekken. Naast het verstrekken van vogelmineralen blijft het ook belangrijk om natuurlijke produkten te verstrekken welke redelijke hoeveelheden mineralen bevatten. Voorbeelden hiervan zijn: boerenkool, andijvie, melkpoeder (kan bijvoorbeeld door het krachtvoer worden gemengd), eigeel, tarwe, sepia en grit. Aan kant en klare krachtvoeders zijn in de meeste gevallen ook mineralen toegevoegd. Veelal staat dit aangegeven op de verpakking. Bij het verstrekken van mineralen is een goede onderlinge verhouding van belang. De belangrijkste mineralen worden in dit boek apart besproken. Op de website 'Mineralen' staan de gewenste hoeveelheden, die in de voeding van vogels moeten voorkomen, zoveel mogelijk aangegeven. Als derde in de rij van bouwstoffen noemde ik water. Water is bijzonder belangrijk voor de grasparkiet. Zo bevatten bloed en spieren van vogels respectievelijk 95% en 70-80% water. Iedere keer als voedingsstoffen naar of van een lichaamscel vervoerd worden is water het vervoermiddel. In bijna alle voedingsmiddelen is water aanwezig. Bij verbranding van voedingsstoffen ontstaan, naast het vrijkomen van energie, de verbrandingsproducten water en koolzuur. Het vrijgekomen water is echter ontoereikend voor de totale water behoefte van vogels. Extra water zal dan ook in de vorm van drinkwater moeten worden opgenomen. Het drinkwater wat we verstrekken dient niet te koud te zijn. De drinkbakjes moeten in ieder geval eens in de week schoongemaakt worden en het water dient dagelijks ververst te worden. Water blijkt namelijk ťťn van de belangrijkste bronnen te zijn voor wat betreft het veroorzaken van darminfecties bij vogels. Zoals reeds eerder opgemerkt heeft het vogellichaam, naast bouwstoffen ook brandstoffen nodig. In dit opzicht spelen de vetten een belangrijke rol. Brandstoffen zijn o.a. nodig voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur (42 įC.) en voor het leveren van spierarbeid van en vogel. De vetten kunnen we naar hun bouw onderscheiden in verzadigde- en onverzadigde vetzuren. De verzadigde vetzuren worden op hun beurt weer verdeeld in vetzuren met lange koolstofketens en vetzuren met kortere koolstofketens. De onverzadigde vetzuren worden verdeeld in enkelvoudige onverzadigde vetzuren en meervoudige onverzadigde vetzuren. Evenals bij de aminozuren en mineralen waarvan er een aantal essentieel (noodzakelijk) zijn, zijn ook de meervoudige onverzadigde vetzuren essentieel voor een vogel. De drie belangrijkste meervoudige vetzuren zijn linolzuur, linoleenzuur en arachidonzuur. Gekiemd zaad is rijk aan deze essentiŽle vetzuren. Het belang van het verstrekken van gekiemd zaad aan vogels wordt hierdoor duidelijk. Te veel vet in de voeding van de grasparkiet kan schadelijk zijn. Vet remt namelijk de maagsapafscheiding, waardoor het voedsel langer in de maag blijft. Dit veroorzaakt een verzadigingsgevoel bij vogels met het gevolg dat geen ander voedsel meer wordt opgenomen. Tekorten aan levensnoodzakelijke stoffen zullen hier uiteindelijk het gevolg van kunnen zijn. Verstrek dus nooit meer vet dan strikt noodzakelijk is. Naast de vetten zijn het vooral de koolhydraten die dienst doen als energiebron. De koolhydraten in de voeding van vogels zijn in hoofdzaak afkomstig van de planten. De voor de voeding belangrijkste koolhydraten kunnen worden onderscheiden in de volgende groepen: monosacchariden, disacchariden en polysacchariden. Monosacchariden, zoals bijvoorbeeld glucose en fructose, zijn enkelvoudige suikers, die zo in het lichaam van vogels kunnen worden opgenomen. Disacchariden en polysacchariden kunnen daarentegen niet zo maar in het lichaam van een vogel worden opgenomen. Zij moeten onder invloed van enzymen, eerst gesplitst worden tot enkelvoudige suikers die, zoals boven aangegeven, wel zo in het lichaam kunnen worden opgenomen. Een vogel moet een voldoende hoeveelheid koolhydraten via de voeding binnen krijgen. Zaden, vruchten en groenvoer bevatten in voldoende mate koolhydraten. Naast het feit dat eiwitten gerekend worden tot de bouwstoffen spelen ze ook een rol bij de energiebehoefte van vogels. Dit is de reden waarom de eiwitten ook tot de brandstoffen worden gerekend. Na de groepen bouw- en brandstoffen blijft over de groep beschermende stoffen. Naast de mineralen, die we ook rekenen tot de groep van beschermende stoffen, zijn het vooral de vitaminen die een essentiŽle (levensnoodzakelijke) rol spelen bij het gezond blijven van een vogel. Vitaminen maken onderdeel uit van het natuurlijk voedsel. Iedere vitamine heeft bij de lichaamsprocessen een vogel een eigen specifieke taak. Evenals een tekort, kan ook een teveel aan vitaminen in de voeding vogels schadelijk zijn, en afwijkingen veroorzaken. De overwaardering die vele kwekers voor vitaminen hebben en die zich uit in het overdadig gebruik van vitaminepreparaten levert dan ook voor vogels het gevaar op van vitamine - vergiftiging(en). Evenals bij de mineralen is bij het verstrekken van vitaminen een goede onderlinge verhouding van belang. De belangrijkste vitaminen zijn op de website over vitaminen apart besproken. Bij de bespreking van deze vitaminen staan de gewenste hoeveelheden, die in de voeding van vogels moeten voorkomen, zoveel mogelijk aangegeven. De volgende producten zijn onder andere rijk aan ťťn of meerdere vitaminen: melk, melkpoeder, brood gedoopt in melk, eidooier, kabeljauwlevertraan, gekiemde zaden, granen, zaden, sojameel, wortelen en vruchten. Voor alle duidelijkheid, bij de betreffende vitaminen, staat aangegeven in welke product(en) ze voorkomen. Na bovenstaande gelezen te hebben zal het u duidelijk zijn dat het zelf samenstellen van een juiste voeding voor vogels de nodige zorg vereist. Vogelzaden, zo heeft u kunnen lezen, zijn niet even rijk aan eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en vitaminen. Door verschillende soorten zaden te mengen kan men een voer verkrijgen, dat genoemde bestanddelen zoveel mogelijk in goede verhoudingen bevat. Geen enkel zaadmengsel is echter in staat om de behoefte aan aminozuren, mineralen, vitaminen en essentiŽle vetzuren van vogels te dekken. Aan vogels in gevangenschap zullen dan ook extra aminozuren, mineralen, vitaminen en essentiŽle vetzuren verstrekt moeten worden. Voor wat betreft de vetzuren zou dit bijvoorbeeld kunnen door het verstrekken van gekiemde zaden. Dierlijke eiwitten kunnen, i.v.m. de behoefte aan essentiŽle aminozuren, aan de voeding van vogels worden toegevoegd, door verstrekking van meelwormen, miere-eieren, universeelvoer, krachtvoer en oud witbrood gedoopt in melk. Mineralen kunnen worden gegeven in de vorm van grit en sepia alsmede in de vorm van specifiek in de handel verkrijgbare vogelmineralen. Ook zijn aan de meeste krachtvoeders mineralen toegevoegd. Mineralen in de vorm van grit en/of vogelmineralen dienen minimaal 1 keer per week te worden ververst (ook al lijkt er nog voldoende in het bakje te zitten). Vitaminen kunnen verstrekt worden door toevoeging van een goed vitaminepreparaat aan het drinkwater (elke dag verversen!). In verband met de behoefte aan de belangrijke vitaminen A en D3 wordt, door veel kwekers, vaak (kabeljauw)levertraan aan het zaadmengsel toegevoegd (4-5 druppels per kilo zaad; 12 uur in laten werken). Aan de meeste krachtvoeders zijn vaak ook al de meest essentiŽle vitaminen toegevoegd. Op de website 'Vogelzaden' worden in totaal 10 zaden apart besproken. Het betreft de zaden: boekweit, gierst-millet, haver, hennep, negerzaad, padi (rijst), witzaad (kanariezaad), zonnebloempitten, saffloorpitjes en lijnzaad.
Bij de bespreking van de zaden wordt o.a. ingegaan op:
- procentuele samenstelling naar de verschillende bestanddelen, zoals ruw eiwit, ruw vet, koolhydraten.
- gehalte aan calcium en fosfor.
Bij het zelf samenstellen van een zaadmengsel, zal rekening gehouden moeten worden met het aminozurenpatroon van de verschillende zaden. Het aminozurenpatroon van de behandelde zaden, die weergegeven staat op de website 'Eiwitten' kan u hierbij helpen. Verder heeft u al kunnen lezen dat, alleen een zaadmengsel, de behoefte aan aminozuren, mineralen, vitaminen en vetzuren niet kan dekken. Hiervoor is het verstrekken van o.a. een krachtvoeder, waaraan deze voedingsstoffen zijn toegevoegd, noodzakelijk. Belangrijk hierbij is de vraag, in hoeverre de samenstelling van het door u verstrekte krachtvoeder, overeenkomt met de gewenste behoefte in de voeding van uw vogels. Om u hierbij te helpen staan op de website 'Eiwitten' de gewenste concentraties (referentie-waarden) van de betreffende voedingsstoffen in de voeding van vogels vermeld. U zult begrijpen dat een dergelijke vergelijking alleen maar mogelijk is, met een krachtvoeder waarbij op de verpakking een opgave is gedaan van de samenstelling. Mochten er voedingsstoffen in te lage concentraties in het krachtvoeder voorkomen, of helemaal niet, dan zult u deze voedingsstoffen in "natuurlijke vorm" moeten verstrekken. Bij de verschillende apart behandelde voedingsstoffen staat zoveel mogelijk aangegeven waarin ze voorkomen.

Aanzuren drinkwater

Waarom het drinkwater aanzuren?

In de natuur is alles erop gericht om ziekten te voorkomen en daar weten vogels heel goed mee om te gaan. Omdat we de natuur niet kunnen evenaren zijn we toch genoodzaakt om eivoer en/of water aan te vullen met het doel om allerlei ziekten bij onze vogels te voorkomen. Het aanzuren van drinkwater is een voorbeeld. We moeten dan onderscheid maken tussen sterke en zwakke zuren.
Meestal wordt aan het water een zwak zuur, zoals appelazijn, molkosan (melkzuurconcentraat) of citroenzuur (conserveringsmiddel E330) toegevoegd met het doel het water een lagere zuurgraad (PH-waarde) te geven.

Salpeterzuur en zoutzuur zijn sterk geconcentreerde zuren met een PH van 1-2 (zeer agressief, daarom bij gebruik v oorzichtigheid geboden: brandwonden op de huid, kleding waar meteen een gat in valt enz.)

We kennen PH-waarden van 1-14. Hoe lager het getal hoe hoger de zuurwaarde.
Drinkwater heeft over het algemeen een PH-waarde van 7-8. Dit noemen we neutraal. Een waarde lager dan een PH van 7 noemen we zuur en daarboven noemen we het basisch.

A. Door het aanzuren van drinkwater ondersteunt u de vertering van het opgenomen voedsel. Het stimuleert de afgifte van diverse verteringssappen, waardoor het opgenomen voedsel beter en sneller verteerd wordt. Dit alles noemen we de stofwisseling. Het zijn de procesveranderingen en chemische reacties die in het lichaam plaatsvinden teneinde het leven in stand te houden.
B. De groei van micro-organismen (ziekteverwekkende bacteriŽn) wordt geremd of doet de ontwikkeling ervan teniet. De aanwezige lactobacillen e.d. die leven in het zure milieu van maag en darmen en broodnodig zijn voor de vertering van het aangeboden voedsel, kunnen overleven in het zoutzure milieu.

De voordelen:
1. Het gebruik van zuur werkt eetlustopwekkend.
2. Werkt ontslakkend.
3. Zijn de vogels eenmaal gewend aan het zuur dan hebben ze minder last van coccidiose.
4. Ze nemen meer grit op. Vermoedelijk lost het grit onder invloed van zuur sneller op.
5. Er hoeft minder ESB3 gebruikt te worden en vaak kan het helemaal achterwege blijven.
6. De gevreesde megabacterie (schimmel) krijgt mogelijk minder kans als u zich aan de dosering houdt. Maar dit is niet met zekerheid te zeggen.

Sommige vogelliefhebbers doen kwark of caseÔne onder het eivoer (PH = ca. 5,5). Dit verlaagt ook de PH-waarde.
Ter vergelijking: Speeksel heeft een PH van 6,5. De maag heeft een PH van 3-4. Maagsap heeft een PH mvan 1,5-2. De dunne en dikke darm hebben een PH van 6-7. Coca cola heeft een PH van 4.

Waarom zijn toevoegingen noodzakelijk?
Vogels in de natuur leven van wilde planten en deze bevatten meestal veel bitterstoffen, looistoffen, etherische oliŽn, organische zuren enz. en dat is goed voor de gezondheid. Veel van deze stoffen stimuleren de productie van maag- en darmsappen maximaal, zodat een goede stofwisseling is gegarandeerd. Maar helaas kunnen we de natuur niet evenaren, hooguit een stuk benaderen. Als u over wilt gaan op het aanzuren van drinkwater is het niet onverstandig te beginnen met een dosering van 1 ml./1 ltr. water gedurende 5 dagen en 2 dagen gewoon kraanwater. Doe dit gedurende 2 weken. DaarnŠ kunt u overgaan op 1,5 ml./1ltr. water bijv. op vrijdag, zaterdag, zondag. In het begin kunnen uw vogels enige dagen wat dunnere ontlasting laten zien maar dit gaat vanzelf over. Het vogellichaam moet even wennen aan de nieuwe stof.

PH-waarden (1 eetlepel is 10 ml.):
10 ml. appelazijn op 1 liter water = PH 5,5
20 ml. appelazijn op 1 liter water = PH 5,2
30 ml. appelazijn op 1 liter water = PH 5,0
50 ml. appelazijn op 1 liter water = PH 4,8

Bij een PH van 5 is het aangemaakte water nu zo zuur dat uw vogels het maar minimaal of helemaal niet zullen drinken.

De PH waarden van zoutzuur 10% medicinaal:
1.0 ml. op 1 liter water = +/- PH 4,8
1.5 ml. op 1 liter water = +/- PH 4,2
2.0 ml. op 1 liter water = +/- PH 3,9
2.5 ml. op 1 liter water = +/- PH 3,6

Het keerpunt van de zuurgraad ligt bij +/- 3,2 PH. Dat wil zeggen dat de PH-waarde niet meer zakt, ongeacht de hoeveelheid zoutzuur die nog aan het water wordt toegevoegd. U kunt ook zoutzuur 1 N(eutraal) 6 ml. op 1 liter water geven (10-14 dagen). Let wel! Bij stress wordt er minder maagzuur geproduceerd en daardoor worden vogels vatbaarder voor ziekten.

Mijn manier van voeren is gebaseerd op de stelling dat weerstand opgebouwd moet worden op een vogelvriendelijke wijze. Met het geven van antibiotica kunt u nooit weerstand opbouwen. Bij een goede weerstand kunnen uw vogels zelfs virussen overwinnen en kan het vogellichaam antistoffen opbouwen. Bij onvoldoende weerstand zal uw vogel helaas alsnog het loodje leggen.

De verschillende micro-organismen groeien het best wanneer er verschillende PH-waarden zijn. E-coli, natte nesten en salmonella groeien het best bij een PH van 6-7,5.
Deze bacteriŽn kunnen zich niet ontwikkelen in een zuur milieu. Een effectieve manier om pathogene bacteriŽn te doden is het verlagen van de PH in het drinkwater.
Het PH-bereik voor de groei van micro-organismen:

Organismen; Minimaal; Optimaal; Maximaal
Bacterie; 3.0-4.0; 6.0-7.5; 9.0-10.0
Gist; 2.0-3.0; 4.5-5.5; 7.0-8.0
Schimmel; 1.0-2.0;4.5-5.5; 7.0-8.0