Ziekten en andere ongemakken

Zieke dieren zijn redelijk gemakkelijk te herkennen. Een ziek dier trekt zich terug, komt niet graag naar de voerbak, zit in elkaar gedoken, zit bol in de veren, is vaak suf of vertoont niet het normale gedrag. Een ziek dier dient snel geïsoleerd worden van de andere dieren door het apart in een ziekenkooi of -hok te plaatsen. Bij voorkeur wordt dit verblijf ook verwarmd omdat dit het herstelproces zal versnellen. Door een zieke vogel apart te zetten worden de andere dieren niet besmet en krijgt het zieke dier de rust die het nodig heeft.

Het is onmogelijk om alle ziekten te beschrijven en om deze reden worden alleen de meest voorkomende ziekten en andere ongemakken kort omschreven.

Uitwendige parasieten

Bloedmijt

De rode vogelmijt is een zeer klein, nauwelijks door het oog waar te nemen spinachtig diertje. Bij warm, zomers weer vermenigvuldigen mijten zich zeer snel en kunnen dan in elk vogelverblijf terecht komen. Het is echt geen schande om zo nu en dan eens last van mijten te hebben. De rode vogelmijten verschansen zich overdag in spleten,kieren en gaten en kruipen 's nachts te voorschijn om bloed te zuigen bij de vogels. Volgezogen mijten zijn als rode punten herkenbaar. Bij aanwezigheid van bloedluis zult u, wanneer u met een mes door kieren/naden strijkt (nestkastje!!), bloedsporen op het mes aantreffen. Mijten zijn voor volwassen vogels niet direct (levens)gevaarlijk maar op de lange duur zullen ze er zeker door verzwakken. Speciaal voor broedende wijfjes kunnen mijten zeer irriterend zijn. Nestjongen kunnen door het bloed zuigen in één nacht worden gedood als zich in de spleten van nestkastjes of zelfs tussen de bodem van de blok en de nestholte mijtennesten hebben gevormd. U dient dan ook altijd uiterst waakzaam te zijn ten opzichte van mijten. Alvorens u nestkastjes verstrekt dient u deze eerst te behandelen met een mijtenspray of met een gasbrander "uit te branden". De mijtenspray die u kiest dient onschadelijk te zijn voor de vogels.

Schurftmijt

Schurftmijten leven dag en nacht op de vogels en veroorzaken wratachtige woekeringen. De schurftmijten graven gangen in de huid en voeden zich o.a. met huidweefsel. De verschijnselen zijn veelal het eerst waarneembaar bij de washuid van de snavel. De aandoening is besmettelijk voor andere vogels.

Therapie: Een met schurftmijt besmette vogel moet behandeld worden met een insecticide. Ernstige woekeringen dienen eerst enkele dagen met een insecticide worden geweekt. Daarnaast kunnen de wratachtige woekeringen met zuurvrije vaseline worden ingesmeerd, waarbij u er op bedacht moet zijn dat de neusgaten vrij blijven.

Vedermijt

Vederluizen en vedermijten kunnen veeruitval veroorzaken. Ook remmen ze groeiende veren in hun ontwikkeling.

Therapie: Voor het stellen van de (juiste) diagnose is het raadzaam veren op te sturen of mee te nemen naar een dierenarts. De veren dienen dan wel, direct nadat ze zijn uitgetrokken, in een goed afgesloten plastic zakje te worden gedaan. Gebruik geen veren die op de bodem liggen, de luizen of mijten zitten hier namelijk niet meer op! Vederluizen en vedermijten moeten bestreden worden met een insecticide. Raadpleeg bij een besmetting van vederluis of vedermijt een dierenarts.

Wormen

Een wormbesmetting vindt plaats doordat de vogel wormeieren of larven van besmette vogels opneemt. Bij een chronische worminfectie zien we een algehele achteruitgang in conditie en vermagering. Indien niet wordt ingegrepen zal de vogel uiteindelijk sterven. Vooral jonge vogels blijken gevoelig voor worminfecties. Worminfecties zien we vaak in de warme zomermaanden optreden. Met betrekking tot worminfecties kunnen we onderscheid maken tussen worminfecties in het darmkanaal en worminfecties in de luchtwegen.

Therapie:

Vogels met een worminfectie dienen een zogenaamde anti-wormmiddel, bijvoorbeeld ivormectine, toegediend te krijgen. Het anti-wormmiddel dient strikt volgens voorschrift te worden gegeven. Een goede methode van ontwormen is het wormmiddel toe te dienen met behulp van een druppelpipet, voederspuit met slangetje of kropnaald.

Coccidiose

Coccidiose wordt veroorzaakt door een protozo, een klein ééncellig wezentje, zó klein dat het alleen onder de microscoop te zien is. Protozoon vermeerderen zich in de darmwandcellen in grote getale en vernielen daarbij de darmcellen. Een deel hiervan komt met de ontlasting mee en wordt oócyste genoemd. Deze oócyste kunnen aangetoond worden in de ontlasting van de vogels. Bij vogelliefhebbers is coccidiose een van de bekendste ziekten die ondanks alle moderne geneesmiddelen nog altijd tot grote problemen kan leiden. De ernst van de ziekteverschijnselen hangt af van de graad van besmetting. Bij een geringe besmetting zal de vogel weinig of geen last hebben. Bij een iets ernstiger infectie zal de ontlasting minder vast zijn. Bij een ernstige infectie zullen de vogels gaan vermageren en de ontlasting zal water dun zijn, waarbij de vogels veel gaan drinken. De oócyste die zich in de ontlasting bevinden moeten zich eerst ontwikkelen voordat ze voor andere vogels besmettelijk zijn, dit wil zeggen ,dat ´gerijpte oócysten´door vogels opgenomen, de ziekte veroorzaken. Dit ´rijpen´ gaat het snelst in een warme vochtige omgeving. Om coccidiose te voorkomen dient men te zorgen dat de vogels geen oócysten kunnen opnemen. Er moet dus gezorgd worden dat het voer niet besmeurd is met ontlasting en dat het hok schoon en droog is. Er bestaat geen enting tegen deze ziekte. Door een drinkwaterkuur met bepaalde geneesmiddelen kunnen de vogels weer vrij van coccidiose worden. Een enkele keer echter blijkt het noodzakelijk de kuur te herhalen wanneer er in de ontlasting nog oócysten gevonden worden. Een onderzoek van de ontlasting(een week na de laatste toediening van de medicijnen) is zeer raadzaam.

Blackhead

Dit is een ziekte die door een kleine protozo (darmparasiet) wordt veroorzaakt. Vooral fazanten, kalkoenen, maar ook patrijzen, kwartels en frankolijnen zijn vatbaar voor deze ziekte. Deze protozo veroorzaakt een ontsteking van de blindedarm en veel diarree. Later kan de lever ook aangetast worden. In dit stadium is het zieke dier niet mee redden. Een door blackhead aangetast dier kan men herkennen aan de houding: ingedoken houding met kromme rug en vaak opgezette veren. Soms is de kop wat donker gekleurd. Bij deze ziekte moet de dierenarts ingeschakeld worden en er zijn prima geneesmiddelen om deze ziekte te bestrijden.

Virusziekten

Hoenderachtige zijn vatbaar voor een aantal virusziekten. Deze ziekten zijn moeilijker te bestrijden dan de hierboven beschreven ziekten. Kleine dieren sterven vrij snel aan deze ziekten. De meest bekende virusziekte is New Castle Disease (afgekort NCD). Dit virus verstoort de ademhaling, zorgt voor bewegingsstoornissen en ernstige diarree (vaak met een groene kleur). Vele dieren sterven aan deze ziekte. Alle hoenderachtigen in Nederland worden jaarlijks ingeënt tegen deze gevaarlijke ziekte. Het is aan te raden de dieren altijd te laten inenten. Neem hiervoor contact op met de kleindiervereniging in de buurt of met een dierenarts. Een andere virusziekte is de klassieke vogelpest of Aviaire influenza. Dieren met deze ziekte moeten direct worden afgemaakt om verdere besmetting te voorkomen. Neem bij problemen altijd direct contact op met een dierenarts.

Verenplukken

Het plukken van veren is niet een echte ziekte maar veel meer een vorm van gestoord gedrag. Het onderhouden van de veren is voor elke vogel een dagelijkse bezigheid die hij/zij uitvoert op een rustige en veilige plek. Het verzorgen van zijn verenkleed associeert de vogel dan ook met ‘een veilig en goed gevoel’. Wanneer een vogell, om wat voor reden dan ook, zich niet op zijn gemak voelt zal hij bezigheden zoeken waar hij/zij zich wel goed bij voelt. Eén van deze bezigheden is dus het verzorgen van zijn verenpakje. Indien een vogel in een dergelijk geval inderdaad overgaat tot het verzorgen van zijn verenpakje zal ‘het goede en veilige gevoel’ waar hij naar op zoek is echter uitblijven. Om ‘het goede gevoel’ toch te krijgen zal de vogel nog heftiger en ‘enthousiaster’ zijn verenkleed gaan verzorgen, hetgeen uiteindelijk kan leiden tot het los laten en of afbreken van de veren. Dit gestoord gedrag wordt ook wel ‘oversprong gedrag’ genoemd. De vogel vertoont een gedrag wat niet thuis hoort bij de situatie. Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen waarom een kromsnavel gefrustreerd kan raken.

Kortwieken

Indien de vogel is gekortwiekt kunnen de restanten van de afgeknipte veren in het vel gaan prikken bij een opgevouwde vleugel. Dit gaat de vogel irriteren hetgeen uiteindelijk aanleiding kan zijn tot het verenplukken. Bij het kortwieken is het dan ook erg belangrijk dat de stompjes van de afgeknipte veren zo kort gehouden worden dat ze nog onder de nog aanwezige dekveertjes verborgen blijven.

Geirriteerde huid

Een geïrriteerde huid kan door velerlei factoren, zoals een verkeerde voeding, ruistoornissen, ontstoken veerfollikels, verwonding, ontstaan. De vogel zal bij een geïrriteerde huid met zijn snavel of zijn poten gaan krabben. Door dit krabben wordt de ‘gezonde’ huid rondom de geïrriteerde plaats ook meegenomen en raakt daarbij ook geïrriteerd. Uiteindelijk zal de vogel, afhankelijk van de mate van irritatie, steeds meer veren rond de geïrriteerde plaats gaan weg plukken. Dit gedrag kan in het slechtste geval tot een gewoonte verworden. Het mag duidelijk zijn dat als de verzorger merkt dat de vogel last heeft van een geïrriteerde huid, de vogel zo snel mogelijk behandeld moet worden door een (vogel)dierenarts.

Een andere oorzaak is overbevolking. Zorg ervoor dat er niet te veel dieren in een hok zitten en gooi stro of iets dergelijkse in de hokken, dit geeft afleiding aan de vogels en de nodige ruwe celstof. Hanen ook in het voortplantingsseizoen niet samen in een hok gehuisvest worden.

Oplossingen:

Een goed uigebalanceerde voeding is onontbeerlijk voor een goede gezondheid en goede conditie van de bevedering van de vogel. Het verdient daarom aanbeveling dat de verzorger goed op de hoogte is van de eisen die gesteld worden aan een goede voeding. In hun natuurlijke leefomgeving nemen vogels regelmatig een bad of stofbad om hun veren in goede conditie te houden. De verzorger dient er dan ook voor te zorgen dat de vogel kan stofbaden. Zorg verder voor voldoende afleiding in de hokken in de vorm van stro, hooi, of gewoon een rulle ondergrond waarin ROULROULS kunnen krabben. Helaas bestaan er goede geen medicijnen die tegen het verenplukken helpen. Verder is er nog een mogelijkheid om de veren van de vogel in te spuiten met een bitterspray. De vieze smaak moet de vogel er dan van weerhouden om te gaan verenplukken. In een enkel geval wil dit wel eens succesvol zijn. Een dergelijke spray is te verkrijgen bij de dierenarts.

Mestklonten

Kleine hoenderachtigen hebben soms last van samengeklonterde mest en zand rond de tenen en nagels. Uiteindelijk kan hierdoor de nagel en of stukje teen afsterven. De oplossing is de grond in de ren en het strooisel in de hokken goed schoon te houden. Heeft een dier een mestklont, week deze klont dan enkele minuten in een bakje met lauw water. De klont kan dan met de hand gemakkelijk zonder beschadiging van de teen worden losgemaakt.

Ruien

ROUL-ROULS ruien eenmaal per jaar, waarbij de oude veren worden vervangen door nieuwe. Ruien is geen ziekte, maar een natuurlijk proces. Echter zijn de dieren in deze periode wel gevoeliger voor ziekte dus dient u wat extra aandacht aan het dier te besteden. Wanneer de voeding en de huisvesting het gehele jaar door goed geweest is, zal de rui over het algemeen probleemloos verlopen. Wanneer voeding en huisvesting onvoldoende zijn geweest, kunnen zich tijdens de ruiperiode problemen voordoen. Ter voorkoming van problemen tijdens de ruiperiode dient derhalve de voeding en de huisvesting het hele jaar door goed te zijn.

Therapie:

Door de vorming van nieuwe veren bestaat er bij de vogels een extra behoefte aan dierlijke eiwitten. We kunnen de vogels tijdens de rui dan ook helpen door ze extra dierlijke eiwitten (meelwormen, mierenpoppen e.d.) te verstrekken. Ook het dagelijks natsproeien van de vogels met behulp van een plantenspuit helpt de rui bevorderen. Door het verlies van de oude veren zijn de dieren ook wat vatbaarder voor kou en tocht en is het daarom verstandig de ruiende dieren een week of twee binnen te houden, vooral bij slecht en vochtig weer. Zodra de meeste nieuwe veren volledig zijn uitgegroeid verkeert het dier voor wat betreft de rui weer in een normale conditie. Gemiddeld duurt de rui twee tot vier weken. Vitale gezonde dieren ruien sneller dan minder vitale dieren.

Lange teennagels en snavels

ROUL ROULS die altijd op een zachte bodembedekking leven kunnen last krijgen van te lange nagels, omdat de normale slijtage van de nagels ontbreekt. Bij deze dieren moeten zo nu en dan de nagels worden geknipt. Blijf met het knippen nog een stukje voor het 'leven' in de nagel. Te lange teennagels kunnen gemakkelijk worden voorkomen door gebruik te maken van materiaal waarin de ROULROULS graag krabben, denk hier aan grond of iets dergelijks. Je zou ook een paar bakstenen of bijvoorbeeld stoeptegels in het hok kunnen plaatsen omdat de dieren graag op een kleine verhoging staan waardoor de nagels op een natuurlijke manier zullen slijten. Soms komen ook nog wel eens te lange snavels voor. Ook hiervoor is een baksteen nuttig.